
Over waarom deze
documentaire:
“Deze documentaire
wilde ik maken om mensen het gevoel van verwondering terug
te geven. Ik voel ik voel wat jij niet voelt gaat over
Robert en Jasmijn. Robert kijkt op een heel pure manier naar
de wereld, en staat nog open voor dingen die andere mensen,
volwassenen en kinderen, al niet meer zien.
Dat klinkt misschien
zweverig, maar dat is het totaal niet. Het is gewoon een
manier van kijken, van jezelf blijven verwonderen. Om dingen
niet voor normaal aan te nemen, maar je omgeving blijven te
bekijken alsof je het voor de eerste keer ziet.
Robert heeft dat
nooit verloren. Dat vindt hij soms lastig. Hij merkt dat het
soms een reden is waardoor hij gepest wordt. En dat wilt hij,
heel begrijpelijk, niet. Dus hij houdt het steeds meer voor
zichzelf. En als er dan een documentaire over je wordt
gemaakt, is dat helemaal moeilijk.
Voor mij, als
regisseur over de documentaire, was het ook vrij pittig. Het
gaat over iets ongrijpbaars als gevoel: hoe laat je dat goed
zien? En dan is je hoofdpersoon ook nog eens heel
voorzichtig omdat hij bang is om zich te veel bloot te geven.
Wat ik trouwens heel begrijpelijk vind. Maar gelukkig hebben
we hetzelfde doel: ik wil samen met hem een mooie film maken,
waar hij trots op kan zijn en zich nooit voor hoeft te
schamen.
Gelukkig werkte ik
met een cameraman en geluidsman die niet alleen maar
knoppenbedieners zijn. Zij waren echt een aanvulling,
dachten mee en we versterkten elkaar. Dat was ik niet gewend,
toen ik videokunstenaar was deed ik alles in mijn eentje.
Dan was je ook druk bezig met alle techniek. Nu kon ik veel
meer aandacht geven aan de regie. Niet alleen aan Robert,
maar ik kon ook in de gaten houden wat er in de omgeving
gebeurde. Zo waren we continu samen op zoek naar juweeltjes.“