Overgevoelige kinderen
Nieuwetijdskinderen
ADHD-kinderen
En dan….
Emotie zonder verstand is ellende; verstand zonder emotie is een dorre woestijn
Chinees spreekwoord
© Copyright 2001-2010
Diagnose Nieuwetijdskind . . . . en dan?
Tegenwoordig hoor je vaak, dat iemand is gediagnosticeerd als Nieuwetijdskind. Deze diagnose komt soms van psychotherapeuten, maar soms ook herkennen mensen zichzelf in een checklijst en maken voor zichzelf de diagnose. Als je persoonlijkheidsstructuur een naam heeft gekregen, geeft dat rust en acceptatie van jezelf en van de omgeving. Maar is dat wel zo? Kloppen de feiten wel?
Ruim 20 jaar geleden was het heel normaal, dat bij kinderen de diagnose MBD werd gesteld. MBD staat voor Minimal Brain Dysfunction (hersenstoring). Dit is geworden tot een verzamelnaam voor alle personen waarvan de psychiatrie en psychologie geen diagnose kon stellen. Er was gewoonweg geen "hokje" voor, dus maakte men een nieuw hokje. Is dat nu misschien met ADHD en Nieuwetijdskind ook het geval? MBD wordt vandaag bijna niet meer gebruikt als diagnose, omdat er nieuwe mogelijkheden zijn gekomen om mensen in een hokje te plaatsen. Als je het nieuws volgt, kom je steeds meer nieuwe ziekten tegen, die tot voor kort onbekend waren. Vaak berusten deze nieuwe ziekten op het herschikken van een aantal symptomen, die in een eerder stadium bij een andere ziekte hoorden.
Een analyse
Wat is de "ziekte" die de één beschouwt als een gave en door de ander als een zware lijdensweg in het leven wordt ervaren? Laten we eerst eens kijken naar de lichamelijke en geestelijke kenmerken.
Lichamelijke kenmerken: Astma, eczeem, allergie, moeite met motoriek, verschil in ontwikkelsnelheid tussen geest en lichaam, slaapproblemen, neiging tot verslaving, agressief gedrag.
Psychische kenmerken: huilen vaak als baby , wijze uitspraken, ADHD, hoogbegaafdheid, dromerig, dyslexie, originele oplossingen, verdriet, angst, snel verveeld, concentratieprobleem, creatief, intuïtief, ongeduldig, impulsief, zorgen maken, stemmingswisselingen, rusteloosheid, probleem met eigenwaarde, gevoelig voor sfeer, moeite met vaste procedures, minderwaardigheidsgevoel, individualist, wil zelfstandig zijn, verzet tegen autoriteit, faalangst, eenzaamheid, verbaal zeer vaardig.
Als we deze lijstjes met kenmerken langslopen, valt het op dat ze bevolkt zijn met zowel positieve als negatieve kenmerken. Als je dan hoort van ouders, "Hoera, ons kind is een Nieuwetijdskind, we nemen de astma maar op de koop toe." Dan rijzen bij mij de haren ten berge. De conclusie uit dergelijke opmerkingen is, dat de ouders denken dat hun kind niets heeft en dus ook niet behandeld hoeft te worden terwijl dit toch nodig blijkt. Men is soms bang voor het verlies van "eigenheid" van het kind.
Helaas mag ik spreken uit eigen ervaring als Nieuwetijdskind. Ik kan u vertellen, dat angst en verdriet en slaapproblemen helemaal niet zo fijn zijn. Verlegenheid, geen vriendjes hebben, alleenzijn, je niet begrepen voelen, allemaal punten die heel veel pijn doen. Wat het ergste is, er zijn nu adequate methoden ontwikkeld, om onze jeugd te ondersteunen in het beleven hiervan. Het wegnemen van angst en verdriet, om gewoon jezelf te kunnen zijn, met alle andere mensen om je heen. Je geen melaatse meer voelen in onze maatschappij, je niet meer in slaap te hoeven huilen van verdriet waar je niet van weet waar het vandaan komt. Niet meer angstig wakker schrikken, 3 keer iedere nacht. En dan die astma, die kan gewoon weg, omdat ze geen lichamelijke oorzaak heeft.
Wat is er eigenlijk aan de hand?
Vanuit de praktijk neem ik waar, dat er een veel grotere wisselwerking is tussen ouders en kinderen op het niveau van emoties, dan dat men vaak wil toegeven. Met wisselwerking bedoel ik, dat de gevoelens van ouders uitgeleefd worden door de kinderen. voorbeelden te over. Als een moeder erg druk is en zich herkent in de checklijst van ADHD symptomen en het kind is gevoelig, dan is de kans vrijwel 100% dat het kind ADHD heeft. Als de moeder wordt behandeld en tot rust komt, dan is het vrijwel 100% zeker, dat het kind tot rust komt. Dat is ook de reden, waarom veel ouders met gevoelige kinderen hier zo tevreden over spreken. De kinderen lijken sprekend op de ouder en de ouder wenst deze "eigenheid" te bewaren, met alle negatieve gevolgen van dien. Echter, het is helemaal geen eigenheid, maar geleende ellende. Lenen kan overigens ook van andere mensen in de omgeving, oma, opa, de leerkracht op school of de kinderen uit de buurt.
Hoe komt het dat veel meer mensen gevoelig zijn, een hypothese
Oefening van spieren geeft meer en sterkere spieren, oefenen in denken geeft meer denkkracht en inzicht, oefenen van immuunsysteem geeft sterker immuunsysteem. Dit laatste nu, wordt veel minder gedaan dan vroeger het geval was. Dit komt door toegenomen hygiëne in de voedingsmiddelen, schoon drinkwater, handen wassen, etc. Vaak komt men in de vakantie in het buitenland en ligt een paar dagen met hevige diarree te bed. We zijn niet meer gewend aan vervuiling van buitenaf. We zijn te schoon geworden en kunnen niet meer tegen een beetje bacteriën en virussen. Is hetzelfde mogelijk aan de hand met ons emotioneel afweersysteem? Wordt dit nog wel getraind of raakt het overbelast? Overbelasting kan ontstaan door gebrek aan verdediging op energetisch niveau. Natuurlijk kan het ook ontstaan door een overdosis aan negatieve emoties, die worden opgepakt in omgevingen waar het kind overdag verblijft. Dagverblijven, ziekenhuizen, speelzalen en dergelijke omgevingen zijn absoluut niet vrij van negatieve emoties. Als we negatieve emoties eens gaan vergelijken met een hondendrol. Iemand stapt op straat in zo'n lekker exemplaar. Hij veegt de voeten op de mat bij het kinderdagverblijf. De kinderen kruipen door de dag heen over de mat en de ouders vegen hun voeten daar en worden ook besmeurd. Resultaat is dat aan het einde van de dag er in 20 gezinnen de wasmachine draait vanwege die ene misstap van die ochtend. Wat met hondenpoep wel wordt opgelost, gebeurt niet met negatieve emoties, die zien we niet, maar ze vervuilen net zo hard. Die emoties bouwen we dus gewoon op en ruimen deze niet meer weg, tot het te erg wordt, dan wordt het kind vanwege angst, of verdriet heel erg opstandig. Daarna nemen we het kind mee naar een arts die uiteindelijk constateert dat het kind ADHD heeft, of Nieuwetijdskind is of wat dan ook maar. Medicijnen worden voorgeschreven, psychotherapeuten worden ingeschakeld en proberen de achterliggende oorzaken te ontrafelen. Helaas lukt dit zelden.
Mogelijke oorzaken van toegenomen gevoeligheid:
- inentingen tegen ziekten
- voeding en kleurstoffen, suiker, conserveringsmiddelen e.d.
- meer stress, thuis, op school, op straat (verkeer)
- een tekort aan lichaamsbeweging
- luchtvervuiling
- communicatiegebrek, spreken over gevoelens, vanwege TV, video, computer. We praten te weinig met elkaar, omdat we geen tijd hebben.
- elektrosmog (computer, TV, GSM)
- het kind krijgt geen tijd, om in alle rust, zijn energetisch lichaam op te bouwen en te versterken. Al vroeg gaan veel kinderen de deur uit naar dagverblijven, kinderopvang, oppas, speelzaal, of welk ander instituut dan ook, buiten het gezin.
Waarom doet de geneeskunde hier niets aan?
De allopatische geneeskunst, ontstaan in de 18e eeuw, zoekt slechts naar aantoonbare en meetbare oorzaken van ziekte op diegene die de symptomen vertoont. Men is erachter gekomen, dat sommige ziekten besmettelijk zijn. Vanuit deze optiek wordt er soms ingeënt. Dus medicatie gegeven terwijl er geen ziekte is. Dit noemt men preventief. Anderzijds wordt er gewerkt aan mensen die reeds een ziekte hebben opgedaan. De ziekte wordt na het ontstaan bestreden met medicatie, operatie, therapie en dergelijke. Men noemt dit curatief. Soms lijken ziekten erfelijk te zijn en zoekt men naar oorzaken in de genen van de drager en de potentiële ontvanger. Men kent dus de mogelijkheid, dat de ziekte nog niet bestaat, maar latent aanwezig is in de omgeving van de aanstaande patiënt. Men zoekt naarstig naar een gentherapie, zodat men preventief de ouders kan behandelen om te voorkomen dat er kinderen worden geboren met de kans op deze afwijking. Werkelijk een ruim scala aan causale mogelijkheden om ziek te worden. Ik wil daar nog één aan toevoegen, nl de mogelijkheid dat emoties worden overgedragen van mens op mens. De momenteel nog onmeetbare interferentie is een blokkade voor de allopathie om deze mogelijkheid serieus te onderzoeken. Via empirische weg is er reeds veel materiaal beschikbaar, ook in de vakliteratuur. Dat een dergelijke verbinding bestaat is hiermee mijns inziens reeds ruim aangetoond. Ook het "Handboek Psychosomatiek" van Dethlefsen, vermeldt een aantal ziektepatronen die vaak gespiegeld worden van ouder naar kind, of met andere mensen direct in de omgeving, zoals leerkrachten, vriendjes e.d.
De stap voor de allopathie, om bij ziekte van het kind, de ouder te gaan behandelen, valt geheel buiten het spectrum van deze vorm van geneeskunst. Binnen het alternatieve circuit bestaat een bredere acceptatie van deze mogelijkheid. Daar, waar men er in slaagt de ouder en het kind te behandelen voor dezelfde problematiek, zijn vaak zeer sterke resultaten zichtbaar. Soms spreekt men zelfs over "wonderen". Dat is niet zo, maar als je "moet leren leven met het probleem", uitgesproken door je arts, dan lijkt een genezing zonder medicijnen, operatie of werkbare stof op een wonder. De allopatische geneeskunst noemt dit dan meestal een "spontane genezing". Zonder tussenkomst van een therapeut was die niet ontstaan. "Hoe meer er wordt behandeld, hoe meer spontane genezingen
Drunen, oktober 2001
Nieuwetijdskind zijn is geen ziekte. Nu is er echter vaak vraag naar een zogenaamde checklijst van kenmerken van Nieuwetijdskinderen. De bepaling echter of iemand wel of niet "voldoet" is arbitrair. De stichting Nieuwetijdskinderen is dan ook geen voorstander van dit soort lijsten. Maar om nu praktisch te blijven vindt u hieronder een lijst van kenmerken die voor kunnen komen. Het aantal criteria waaraan het kind voldoet / moet voldoen is niet vast aan te geven. De lijst geeft slechts een indruk van de kenmerken die mogelijk kunnen voorkomen. De lijst is niet compleet. zoals u kunt zien is er een overlapping met de lijsten die u vindt voor ADHD, dyslexie en hoogbegaafdheid. Dit geeft stof tot nadenken en eist terughoudendheid in het stellen van een "diagnose".
Een lijst met kenmerken
· Ze huilen vaak als baby
· Ze doen wijze uitspraken voor hun leeftijd
· Ze benaderen alles vanuit hun emotie
· Ze leven vanuit de eigen wijsheid
· Ze zijn gevoelig voor sfeer en stemmingen van anderen en nemen deze soms over
· Ze kennen een sterk rechtvaardigheidsgevoel
· Ze hebben moeite met bedrog, liegen en onechtheid
· Ze zijn druk (ADHD) of juist teruggetrokken
· Ze hebben moeite met de motoriek
· Ze zijn dromerig
· Ze komen vaak met originele oplossingen waaraan niemand had gedacht
· Ze reageren sterk intuïtief
· Ze hebben soms paranormale ervaringen
· Ze hebben soms dyslexie of dyscalculie
· Ze hebben vaak voedselintoleranties
· Ze hebben eczeem, allergieën of andersoortige huidaandoeningen
· Ze hebben soms astma
· Ze hebben een sterke binding met de natuur en vaak zijn ze vegetariër uit overtuiging
· Ze hebben vaak verschil in ontwikkelsnelheid tussen taal en rekenvaardigheden, motorische en intellectuele en sociale vaardigheden.
· Ze kunnen soms zeer driftig zijn als ze niet begrepen worden
· Ze zijn soms heel bang voor dingen die wij niet kunnen zien of begrijpen
· Ze hebben regelmatig slaapproblemen en zijn verdrietig en/of angstig
· Ze zijn soms hoogbegaafd
Tips voor de omgang met Nieuwetijdskinderen
Gewenst gedrag naar Nieuwetijdskinderen toe
· Behandel ze met respect, erken hun rol in de familie
· Help ze om hun eigen disciplinaire oplossingen te creëren
· Geef ze altijd keuzes, in alles
· Betuttel ze nooit en lach ze nooit uit
· Leg altijd uit waarom ze dingen moeten doen. Als het voor jezelf belachelijk klinkt dan doet dit het ook voor hen. Verander het dan, ze zullen dit respecteren. Ze weten direct wanneer je eerlijk bent dus probeer geen dingen te verzinnen en zeg gewoon dat je er vandaag geen zin in hebt omdat je moe bent
· Word partners van ze in hun eigen opvoeding
· Vanaf baby, leg alles uit wat en waarom je het aan het doen bent. Ze zullen je niet direct begrijpen maar voelen wel dat je hun bewustzijn respecteert. Het helpt ze enorm wanneer ze gaan praten
· Als er toch problemen ontstaan ga dan ook naar iemand die ze begrijpt voordat je ze medicijnen geeft
· Alle Nieuwetijdskinderen reageren bijzonder goed op Homeopathie, Bach-remedies en Reiki. Als dit door therapeuten wordt gedaan waar ze zich thuis voelen kan men in korte tijd verbijsterende resultaten zien
· Geef ze onder alle omstandigheden hulp en voorkom negatieve kritiek. Laat altijd weten dat je ze ondersteunt in hun proces. Ze zullen je vaak direct tegenspreken of hun commentaar laten weten. Geniet en vier de successen. Laat ze dingen doen zonder overdreven aanmoediging
· Vertel ze niet wie ze nu zijn of wat ze later zullen worden. Ze weten al precies wat ze gaan doen. Laat ze zelf beslissen waar ze in geïnteresseerd zijn. Forceer ze niet in een familiebedrijf. De kinderen zijn beslist geen volgers.
· BEHANDEL ZE ALS EEN VOLWASSENE EN WEES EEN GOEDE VRIEND(IN) VOOR ZE.
Het basisprobleem bij Nieuwetijdskinderen
De Nieuwetijdskinderen zijn over het algemeen zeer gevoelig voor sfeer. Onder sfeer versta ik hier de emotionele omgeving waarin het kind zich op dat moment bevindt. Dit kan verdriet, angst, stress, melancholie of dergelijke betekenen. Het kind pakt deze energie op en leeft dit uit. Is de omgeving stressvol, dan zal het kind druk worden en soms driftig. Op volkomen willekeurige momenten kan het kind plotseling driftig worden, bijten, schoppen, schreeuwen, slaan. Als het kind dan even op zichzelf tot rust kan komen, dan is het vaak snel weer voorbij. Vanwege de gevoeligheid, kan het kind hier zelf niets aan doen. Het weet niet eens wat hem of haar overkomt.
Wat is hier aan te doen?
Het aller belangrijkste is dat het kind zich leert af te sluiten voor de sfeer van buiten. hiervoor zijn een aantal eenvoudige mogelijkheden beschikbaar.
· Neem een douche (reinigt ook energetisch)
· Gebruik bloesemremedies voor energetische bescherming
· Draag een Labradorietsteen op de maag / zonnevlecht. Deze steen is verkrijgbaar in vele alternatieve winkels. Deze steen versterkt de aura en beschermt op die manier tegen energie van buiten.
· Leer te aarden
· Loop op blote voeten in het zand
· Visualiseer een beschermende cocon om je heen, iedere morgen direct na het opstaan
Nieuwetijdskinderen en schoolproblemen
In het kort: Kinderen ervaren in het onderwijssysteem van vandaag vaak problemen. Ze kunnen zich niet aanpassen aan de geldende normen. Ze hebben geen aansluiting bij hun leeftijdsgenootjes en zijn stil of teruggetrokken. Ze kunnen niet goed overweg met het schoolse systeem. Ze hebben soms problemen met leraren, met alle gevolgen van dien. Ze vervelen zich tijdens de lessen en worden er regelmatig uitgestuurd. Ze vinden alles saai en willen liever hun eigen planning hanteren. Op commando huiswerk doen stoot hen af. Ze gaan niet meer met plezier naar school.
Wat is hier aan te doen?
De oplossing is vaak veel eenvoudiger dan we denken. De kinderen worden meestal behandeld als onmondig, klein en niet in staat zelfstandig hun weg te zoeken. De houding naar het kind toe dient er één te zijn van respect. Behandel het kind alsof het een volwassene is, met al zijn rechten en plichten. Respect dient wederzijds te zijn, vanuit het kind naar zijn omgeving en vanuit de omgeving naar het kind. Indien men er in slaagt dit te bewerken, is het resultaat vaak verbluffend. Kinderen kennen, herkennen en erkennen de grenzen die aan hen worden gesteld en zij respecteren die ook van anderen. Geef ze altijd een keuze. Nieuwetijdskinderen, of indigokinderen, zijn kinderen van deze tijd. Velen van hen passen niet zo goed in de structuren van onze maatschappij, hebben soms moeite op school, passen zich moeilijk aan, aan de normen die worden gesteld. Ouders kunnen ze vaak niet peilen en lopen met hen van therapeut naar therapeut en worden radeloos van het zoeken naar een oplossing. Nieuwetijdskind zijn is ook helemaal geen ziekte , maar een samenstel van persoonskenmerken.
Nieuwetijdskinderen en het schoolsysteem:
In ons schoolsysteem is wettelijk vastgelegd wat de leerstof is en op welke momenten welk niveau dient te zijn bereikt. Hiervoor worden testen gehanteerd waar alle leerlingen aan mee moeten doen. Of ze nu intelligent zijn, of meer praktisch handvaardig zijn ingesteld. Het resultaat is bepalend voor de beroepskeuze. Niet ieder kind voelt zich prettig in deze omgeving. De lesstof word vaak klassikaal aangeboden op het tempo van de langzaamste leerling. Dit kan voor een aantal kinderen betekenen dat ze zich vervelen en dus andere dingen gaan verzinnen. Dit gedrag, voortkomend uit verveling, wordt door leerkrachten als storend ervaren. Deze kinderen krijgen dan vaak te maken met strafwerk, of ze worden uit de les gestuurd. Nieuwetijdskinderen hebben vaak aan enkele woorden voldoende om de aangeboden stof te begrijpen. Het komt ook regelmatig voor, dat ze de stof beter begrijpen dan de leerkrachten. Als ze dit laten blijken dan worden ze als “brutale” leerling ervaren en krijgen ze straf. Ervaringen uit de praktijk laten zien, dat het beter laten aansluiten van de lesstof op de belevingswereld van het kind goede resultaten oplevert. Soms betekent dit minder stof, maar vaak betekent het veel meer stof en ook moeilijker. De kinderen ervaren dan weer een echte uitdaging en gaan er flink tegenaan. Omdat ze zich niet meer vervelen zullen ze minder storende situaties oproepen. Voor alle partijen kan dit een opluchting betekenen.
ADHD kenmerken
Diagnosecriteria voor ADHD, samengesteld door dr. Hallowell en dr. Ratey
Dr. Edward M. Hallowell en Dr. John J. Ratey, twee Amerikaanse ADHD-deskundigen, hebben een lijst samengesteld met criteria die gebruikt kunnen worden om de diagnose ADHD te stellen. De onderstaande punten zijn gebaseerd op grootschalige klinische ervaringen, maar worden nog niet veel gebruikt door Nederlandse deskundigen.
Ten minste twaalf van de volgende criteria moeten een chronisch probleem vormen.
· Een gevoel van onderprestatie. omdat je je doelen niet bereikt. Dit punt staat bovenaan, omdat het de meest voorkomende reden is waarom volwassenen hulp zoeken. "Ik krijg het niet voor elkaar," is de meest gehoorde uitspraak. Een volwassene met ADHD kan objectief gezien al heel wat bereikt hebben, of doet zijn/haar leven al hulpeloze pogingen iets te bereiken. Hoe dan ook, in beide gevallen kampen de personen met het gevoel gevangen te zijn, niet in staat te zijn hun aangeboren capaciteiten ten volle te benutten.
· Problemen met het organiseren van je leven. Een belangrijk probleem voor de meeste ADHD-volwassenen. Zonder de structuur die school biedt, zonder ouders die dingen organiseren, wankelt hij/zij door de organisatie-eisen die het dagelijks leven stelt. De zogenaamde 'kleine dingen' stapelen zich op en worden hoge obstakels. Een gemiste afspraak, een verloren cheque en een vergeten deadline, en hun wereld stort in.
· Chronisch uitstellen, problemen ergens mee te starten. Volwassenen met ADHD durven niet goed aan iets te beginnen, gevoed door hun angst dat ze het toch niet goed zouden doen, hierdoor stellen zij zaken uit en proberen dingen te negeren. Dit gedrag vergroot weer de angst aan de (alsmaar groeiende hoeveelheid) taken te beginnen.
· Veel projecten lopen gelijktijdig, problemen met voortzetten en afronden. Een gevolg van punt 3. Men stopt met iets en begint aan iets anders, maakt dit niet af en gaat weer iets anders doen.
· Geneigd zijn te zeggen wat in het hoofd omgaat, zonder de noodzakelijke timing of gevolgen ervan in acht te nemen. Zoals een kind met ADHD in de klas, wordt de volwassen ADHD'er gedreven door enthousiasme en ongeremdheid. Een gedachte komt op en moet worden uitgesproken. Tactloosheid en bedrog vervangen in het ergste geval uiteindelijk de kinderlijke uitgelatenheid.
· Een voortdurende hang naar sterke prikkels (kicks) De volwassen ADHD'er is altijd op zoek naar nieuwe spanning en sensatie: iets in de omgeving dat de concurrentie kan aangaan met de wervelwind die in hem- haarzelf woedt.
· Een aanleg om snel verveeld te zijn Een gevolg van punt 6. Verveling omringt de volwassen ADHD'er als een gootsteen, altijd klaar alle energie op te zuigen. De ADHD'er blijft achter met de honger naar meer stimulans. Dit kan gemakkelijk verkeerd worden uitgelegd als een gebrek aan interesse. In feite is het een relatief onvermogen interesse voor een langere tijd vast te houden. Zoveel als je ergens om geeft, zo snel loopt je batterij leeg.
· Snel afgeleid, concentratieproblemen, neiging af te haken of weg te dromen tijdens een conversatie, vaak gekoppeld aan een vermogen zich van tijd tot tijd te hyperfocussen. Dit zijn de voornaamste kenmerken van ADHD. Het moment van 'uitgeschakeld worden' is vrij willekeurig en onvrijwillig. Het gebeurt bij wijze van spreken wanneer de ADHD'er even niet kijkt. Het volgende wat je bemerkt, is dat je er niet meer bent. De ongelofelijke gave tot hyperfocussen komt ook veelvuldig voor. De ADHD'er gaat dan zo op in een activiteit dat je voor niets en niemand anders bereikbaar bent. Hallowell en Ratey (de samenstellers van deze lijst) pleiten dan ook voor een andere benaming van het syndroom: AIHD, Attention Inconsistency Hyperactivity Disorder. Er is namelijk geen sprake van een tekort aan aandacht, maar van een inconsequent richten van de aandacht.
· Vaak creatief, intuïtief en hoogbegaafd. Dit is geen symptoom, maar wel een belangrijk aandachtspunt. Volwassenen met ADHD hebben, doordat zij zoveel prikkels opvangen, meestal een creatieve, associatieve geest. Te midden van hun chaos en afleidbaarheid laten zij flitsen zien van briljante ideeën. Het veroveren van deze bijzondere gave is een belangrijk doel in de therapeutische behandeling van ADHD'ers.
· Problemen met geijkte routes en het volgen van vastgestelde procedures. In tegenstelling tot wat men vaak denkt, is dit niet het gevolg van onverwerkte problemen met autoriteiten. Het is eerder een uiting van verveling en frustratie: routine betekent het herhalen van handelingen. ADHD'ers ervaren dit als saai en zoeken naar uitdagender manieren. Zij raken gefrustreerd omdat zij niet in staat zijn dingen te doen op de wijze waarop zij verondersteld worden deze te doen.
· Ongeduldig: lage frustratiedrempel. Frustratie op allerlei gebied herinnert de ADHD'er aan alle mislukkingen in het verleden. "O nee," denk je "daar gaan we weer!" Woede of terugtrekken is het gevolg. Ongeduld heeft te maken met de behoefte aan stimulans. Anderen zullen dit snel zien als onvolwassen gedrag.
· Impulsiviteit. Bijvoorbeeld: impulsief geld besteden, plannen wijzigen, nieuwe schema's of carrièreplannen maken. Dit is een van de meer gevaarlijke van de symptomen bij ADHD-volwassenen, of, afhankelijk van de impuls, een van de meest avontuurlijke.
· Neiging zich nodeloos, eindeloos zorgen te maken. Wanneer de aandacht niet besteed wordt aan een specifieke taak, ontstaat een chaos aan gedachten in het hoofd van de ADHD'er. Gepieker is hier vaak een gevolg van, omdat de persoon onbewust toch behoefte heeft zich ergens op te concentreren. Het resultaat is dan een destructieve gedachtenstroom.
· Gevoel van dreigend onheil en onveiligheid afgewisseld met het nemen van grote risico's. Dit symptoom relateert enerzijds aan de neiging zich nodeloos zorgen te maken en anderzijds aan de aanleg voor impulsief gedrag.
· Stemmingswisselingen, depressie. Volwassenen (meer dan kinderen) met ADHD voelen zich overgeleverd aan een onstabiel humeur. Dit wordt zowel veroorzaakt door hun ervaringen met frustratie en/of falen als met de neurobiologische invloeden van het syndroom.
· Rusteloosheid. De volwassene met ADHD toont de hyperactiviteit van het ADHD-kind meestal niet. In plaats daarvan ziet men 'nerveuze energie': snel praten, trommelen met vingers, steeds verzitten, vaak opstaan van tafel en het verlaten van de ruimte, gespannen aderen in de hals en een snelle gespannen blik in de ogen. Zelfs in rust voelt de ADHD'er zich zenuwachtig, gespannen en overprikkeld.
· Neiging tot verslaving. Meer dan anderen hebben volwassen ADHD'ers de kans verslaafd te raken, hetzij aan een stof als nicotine, cocaïne, cafeïne of alcohol, hetzij aan een activiteit als gokken, winkelen, eten of werk. Dit heeft onder andere te maken met hun grote behoefte aan prikkels (die de ADHD'er paradoxaal genoeg kalmeren!), hun impulsiviteit en hun neiging tot hyperfocussen. Eetstoornissen komen vaak voor in depressieve periodes.
· Chronische problemen met gevoel van eigenwaarde. Deze zijn het directe en ongelukkige resultaat van jaren van conditionering: jaren van verteld worden dat men een kluns, een halve gare, een paniekzaaier, een druktemaker, een chaoot, een stumper, een eenling, getikt en anders is. Jaren van frustratie, falen of het niet voorelkaar krijgen leiden tot een negatief zelfbeeld. Het is indrukwekkend te zien hoe veerkrachtig de meeste ADHD'ers nog zijn, ondanks al de tegenslagen.
· Onnauwkeurige zelfwaarneming. ADHD'ers hebben vaak een beperkte kijk op zichzelf. Zij hebben nauwelijks een idee van de invloed en uitwerking die zij hebben op andere mensen. Dit leidt vaak tot grote misverstanden en diep gekwetste gevoelens.
· Familiehistorie van ADHD, manische depressiviteit, depressies, drugs- en/of alcoholverslaving, dwanghandelingen of stemmingswisselingen. Sinds bekend is dat ADHD vaak genetisch wordt overgedragen en samenhangt met de andere bovengenoemde stoornissen, is het niet ongewoon dat deze problemen in de familie zijn terug te vinden.
Wat is ADHD?
Hoe voelt het, hoe gaat het...
Stel je voor, je leeft in een sneldraaiende caleidoscoop, waarin geluiden, beelden en gedachten constant veranderen. Je voelt je snel verveeld en niet in staat je gedachten te houden bij hetgeen je moet doen. Je wordt afgeleid door onbelangrijke dingen die je ziet en hoort, je hersenen sturen je van de ene gedachte of activiteit naar de volgende. Misschien ga je zo op in je collage van gedachten en beelden dat je niet eens doorheb wanneer iemand tegen je praat. Voor veel mensen is dit de dagelijkse werkelijkheid. Zij hebben Attention Deficit Hyperactivity Disorder, of ADHD.
Wat is tijd? Met ADHD verandert tijd in een zwart gat. ADHD'ers hebben constant het gevoel dat alles op hetzelfde moment gebeurt. Dit zorgt voor een gevoel van innerlijke beroering en zelfs paniek. De ADHD'er verliest hierdoor vaak perspectief en de mogelijkheid prioriteiten te stellen. Daarom is hij/zij altijd bezig, met als hoofddoel het proberen te voorkomen dat zijn/haar wereld instort. ADHD'ers hebben ongelooflijk veel problemen met stilzitten, plannen, wachten en het afronden van taken. Zij zijn zich 24 uur per dag bewust van hetgeen er om hen heen gebeurt. Voor hun familie, klasgenoten of collega's lijken zij te bestaan uit een wervelwind van ongeorganiseerde of dolle activiteiten. Soms gedragen zij zich ineens 'normaal', wat anderen doet denken dat de ADHD'er zijn/haar gedrag best onder controle kan houden "als hij/zij maar wil". Het resultaat hiervan is dat ADHD de relatie met anderen verstoort, niet alleen omdat de ADHD'er beslag legt op bezigheden in het dagelijks leven van anderen, maar ook omdat hij/zij de eigenschap heeft alle energie uit iemand te onttrekken en andermans gevoel van eigenwaarde te ondermijnen. ADHD, ooit hyperkinese of Minimal Brain Dysfunction (MBD) genoemd, is een van de meest voorkomende hersenstoornissen bij kinderen. Ongeveer 3 procent heeft ADHD. ADHD gaat niet over, maar een aantal volwassenen heeft ermee leren leven: dankzij passend werk, een georganiseerde partner of minder specifieke eisen aan 'de kwaliteit van het leven'. Ongeveer 2 procent van alle volwassenen (18 +), ongeveer 240.000 inwoners van Nederland, lijdt echter dagelijks aan de effecten die concentratieproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit hebben op hun bestaan. Deze mensen kijken vaak verbitterd terug op een leven vol mislukkingen, niet-uitgekomen dromen en emotionele pijn. Het meest schrijnende is dat er van die 240.000 nog maar een paar duizend gekend zijn met ADHD. Merendeel loopt in zijn/haar leven vast, niet wetende wat hem/haar mankeert. Anderen krijgen de standaarddiagnoses manisch-depressief of borderline personality, maar kunnen hiermee niet uit de voeten, omdat zij niet manisch-depressief zijn en geen borderline persoonlijkheidsstoornis als hoofdprobleem hebben. Maar er is hulp... en hoop. De laatste tien jaar zijn wetenschappers veel te weten gekomen over de oorzaak van ADHD en hebben methoden ontwikkeld ADHD te herkennen bij kinderen, pubers en volwassenen, en er zijn behandelingsplannen opgesteld: een combinatie van medicijnen, gedragstherapie en technieken die mensen met ADHD kunnen helpen hun aandacht te richten, hun zelfvertrouwen weer op te bouwen en te functioneren op een nieuwe, meer gestructureerde manier.
Wat is dan het probleem?
Mark, 14 jaar
Had meer energie dan de meeste jongens van zijn leeftijd. Dit viel niet zo op, want hij was al een menselijke tornado vanaf zijn derde jaar. Thuis speelde hij met alles tegelijk, een spoor van speelgoed achterlatend. Aan tafel keerde hij borden om en praatte aan een stuk door. Hij was roekeloos en impulsief. Hij lette niet op het verkeer, hoewel zijn moeder hem er continu voor waarschuwde. Op de speelplaats leek hij niet wilder dan de andere kinderen, maar zijn neiging extreem te reageren -zoals het slaan van kinderen die hem aanraakten- bracht hem regelmatig in de problemen. Zijn ouders wisten niet wat ze met hem aanmoesten, maar verwachtten dat hij er wel overheen zou groeien. Maar dit deed Mark niet.
Lisa 17-jaar
Nu worstelt Lisa nog steeds met concentratieproblemen en gepast gedrag. Maar dit was altijd al moeilijk voor haar. Met schaamte denkt zij terug aan de avond toen haar ouders haar meenamen naar een restaurant omdat zij 12 1/2 jaar getrouwd waren. Ze was zo in beslag genomen door het knalrode haar van de serveerster, dat haar vader haar drie keer aansprak voordat zij zich realiseerde dat ze moest bestellen. Op dat ogenblik hoorde ze zichzelf zeggen: "Wat een lelijke haarkleur!" Ze kon de woorden niet stoppen, ze waren eruit voor ze het wist. Op school was Lisa een dagdromer. Ze was absoluut intelligent, maar kreeg het niet voor elkaar voldoendes te halen. Verschillende malen zakte zij voor haar examens. Zelfs wanneer zij het antwoord op de meeste vragen wist, kon ze zich er niet toe brengen haar gedachten bij het proefwerk te houden. Haar ouders reageerden op haar slechte punten met het inhouden van zakgeld en veel gescheld: "Je bent gewoon lui. Als je meer je best zou doen, dan haalde je wel hogere punten." Op een dag, nadat Lisa weer een examen had verknald, hoorde de leraar haar snikken "Wat is er met mij aan de hand?"
Henry
had een winkel voor houten vloeren. Hij hield van zijn baan, maar al jaren groeiden zijn onafgemaakte vloerprojecten en ideeën voor nieuwe waarvan hij wist dat hij ze nooit zou uitvoeren. Zijn garage was zo volgestapeld met hout dat zijn vrouw en hij grapjes maakten over een kampvuur voor de klanten. Elke dag werd Henry geconfronteerd met zijn frustratie niet in staat te zijn zich lang genoeg te kunnen concentreren om een taak af te ronden. Hij was al eens ontslagen omdat hij in zijn werk als magazijnbediende de inventarisatie niet kon bijhouden en van alles kwijtraakte. Al jaren was hij bang gek te worden. Hij had gesprekken gehad met therapeuten en verschillende medicijnen gebruikt, maar niets hielp hem zich te concentreren. Hij herkende zijn zoon in zichzelf en was bang dat het met hem precies dezelfde kant zou uitgaan.
ADHD'ers stuiten vaak op een muur van onbegrip. ADHD heb je namelijk niet 'wel eens'! Wij, ADHD'ers, hebben ons hele leven al, vrijwel 24 uur per dag, last van concentratieproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit. Wij voelen ons nooit relaxed en zijn levenslang overspannen. Wij worden doodongelukkig van het feit dat wij niet in staat blijken te zijn een taak af te ronden. In mijn hoofd speelt doorlopend het zinnetje: "O ja, en ik moet ook nog..." En met doorlopend bedoel ik continu. Dus ook wanneer ik al iets aan het doen ben. Wij worden gek van de meest normale dingen: de onaangename geur van iemands parfum, het tikken van een klok, een sok die niet goed zit enz. In feite verstoort bijna alles onze "routine", verwachtingen en pogingen tot concentreren. Wij raken steeds onze spullen kwijt, bewaren verkeerde dingen en bezorgen onze medewerkers slapeloze nachten, omdat zij door onze toedoen ook hun planningen niet kunnen halen. Wanneer wij geen ordentelijke partner hebben, verraadt ons interieur thuis ons karakter: kamers zijn volgestouwd met spullen, het lijkt vaak wel een rommelmarkt! De chaos onder onze bedden en in de kasten symboliseert de puinhoop in onze hoofden. Anderen wijzen ons op hun rommelige kamers, maar deze anderen flippen niet constant, omdat zij vinden dat alles geordend moet zijn. Relaties lopen stuk, omdat wij ons snel bij iemand vervelen (soms al na een dag), omdat partners onze stemmingswisselingen niet aankunnen en omdat wij altijd alle aandacht opeisen. Wij hebben anderen nodig om te kunnen functioneren, maar weten niet hoe wij 'normaal' met hen kunnen omgaan.
Wij willen wel interesse tonen voor anderen, maar kunnen het gewoonweg niet opbrengen langer dan een x-aantal minuten naar een ander te luisteren, zonder ons eigen verhaal op te dringen. Daarbij hebben wij de neiging, met ons gefriemel, gejaag en gekwetter, iedereen op de zenuwen te werken. Wij vertoonden al voor ons zevende levensjaar ten minste 6 maanden tekenen van ADHD. Wij waren de zogenaamde 'moeilijke kinderen'. Ons gedrag wijkt nog steeds opvallend af van dat van de meeste andere mensen van onze leeftijd. Bovendien is ons doen en laten een ware handicap voor ons, op minimaal 2 terreinen, bijvoorbeeld: school, thuis, werk of relaties. Kortom: ons buitensporige gedrag begint al heel jong en beperkt zich niet tot één gebied.
Kenmerken Hoogbegaafdheid
Hoogbegaafdheid komt meer voor dan we denken. Vaak is het verscholen in moeilijk gedrag en onderpresteren op school. Hierdoor is een gedeelte versluierd. Vergelijk nu eens de lijsten met kenmerken van Nieuwetijdskinderen, ADHD en hoogbegaafdheid, u zult versteld staan van de overlappingen.
Positieve kenmerken van hoogbegaafdheid
· Begrijpt en onthoudt moeilijke informatie wanneer het wel geïnteresseerd is
· Leest veel en verzamelt in vrije tijd op andere manieren veel informatie.
· Presteert significant beter op mondelinge overhoringen dan op schriftelijke overhoringen.
· Kent veel feiten, heeft grote algemene ontwikkeling.
· Komt goed uit de verf bij individueel onderwijs op maat.
· Is creatief met levendige verbeelding.
· Ontwikkelt thuis op eigen initiatief allerlei activiteiten.
· Heeft een brede belangstelling en vindt het leuk dingen te onderzoeken.
· Is gevoelig.
Negatieve kenmerken van hoogbegaafdheid
· Presteert op school redelijk tot slecht (soms alleen onder eigen niveau).
· Huiswerk niet af of slecht gemaakt.
· Is vaak ontevreden over eigen prestatie.
· Heeft een hekel aan inprenten.
· Vermijdt nieuwe leeractiviteiten uit angst te mislukken.
· Heeft minderwaardigheidsgevoelens, kan wantrouwend of onverschillig zijn
· Doet niet graag mee aan groepsactiviteiten, heeft het gevoel dat niemand hem mag
· Is minder populair bij leeftijdgenootjes. Het zoekt vriendjes onder gelijkgestemden.
· Doelen worden door het kind te hoog gekozen (zodat falen hieraan geweten kan worden) of te laag gekozen (zodat mislukken voorkomen wordt)
· Is snel afgeleid en impulsief
· Staat afwijzend of onverschillig tegenover de school
· Wil niet geholpen worden, wil zelfstandig zijn
· Voelt zich hulpeloos, neemt geen verantwoordelijkheid voor eigen daden (wijt mislukken aan anderen of aan de situatie).
· Verzet zich tegen autoriteit.
· Bron: Nelissen. J. & Span, P. (red.) (1999) Begaafde kinderen op de basisschool: suggesties voor didactisch handelen. Baarn: Bekadidact. 2e druk.
Dr. Hans van Oordt:
Het 'niet lastige' kind:
· Sterke motivatie
· Werkt gedegen
· Is nieuwsgierig
· Goed verzorgd huiswerk
· Prestatiegericht
· Drang tot perfectionisme
· Veeleisend voor zichzelf
· Meestal faalangstig
· Naar ernst neigend
· Lacht relatief weinig
· Zondert zich liever af bij 'feestjes'
· Gericht op ouderen
· Omgang met 'ouderejaars'
· Docentgericht
· Creativiteit
· Vindingrijk, muzikaal enz.
· 'Abstracte' vraagstellingen
· Productief denken en concluderen
· Opvallend woordgebruik
· Grote taalschat
· Mooie zinsbouw
· Rekenvaardigheid
· Inzicht in relaties en situaties hebben
· Non-acceptatie door leeftijdgenoten
Het 'probleemgeval'
Begaafden kunnen lijden onder het gevoel niet begrepen te worden; los te staan van anderen; te leven in een andere werkelijkheid. Dit maakt vooral kinderen diep ongelukkig en kan zich uiten in excessief gedrag:
· Clown spelen
· Niet serieus kunnen of willen zijn
· Achter een masker leven
· Zichzelf overschreeuwen
· Spanningsverschijnselen
· Agressief gedrag
· Allergie
· Onbeheerst / gefrustreerd handelen
· Astma
· Sterk wisselende resultaten
· Onderpresteren
· Concentratieproblemen
· Afdwalen van gedachten
· Niet kunnen stilzitten
· Desinteresse op school / bij studie
· Slecht ontwikkeld handschrift
· Gestoorde (fijne) motoriek
· Bedwateren (schoolreisjes of thuis)
· Praten / denken over de dood
· Doodsverlangen
· Gedachten over zelfdoding
· Eenzaamheidsgevoelens / isolement
· Spijbelen
Op zichzelf zijn dit geen kenmerkende eigenschappen van uitsluitend meer- of hoogbegaafdheid. De geestelijke en emotionele nood van kinderen blijkt hieruit. In combinatie met een aantal van de eerder genoemde 'testpunten' uit de lijst, kan ook bij de groep 'slechte presteerders' wel degelijk sprake zijn van een bijzondere begaafdheid.
Nog een signaallijst:
Hoe weet je nu of je mogelijk te maken hebt met een hoogbegaafd kind? Hieronder treft u een lijst aan met kenmerken van hoogbegaafdheid. Als u een aantal signalen herkent heeft u mogelijk te maken met een hoogbegaafd kind. Let wel: niet alle hoogbegaafde kinderen hebben deze kenmerken. En het omgekeerde kan natuurlijk ook: als uw kind een of meerdere van deze gedragsaspecten laat zien hoeft dat nog niet te betekenen dat het om hoogbegaafdheid gaat.
De signalen:
· Weinig slapen
· Wil als baby al vroeg niet meer liggen (3 mnd.)
· Vroeg staan, lopen, vaak overslaan van de kruipfase. Kan ook: heel laat lopen
· Vroeg brabbelen, vroeg praten in correcte zinnen
· Laat praten maar meteen grammaticaal correct
· Opvallend taalgebruik
· Vroeg leggen van verbanden: dus-redenering
· Grote leergierigheid en nieuwsgierigheid
· Opvallend goed geheugen
· Vraagt eindeloos "waarom"
· Perfectionistisch
· Uitgesproken rechtvaardigheidsgevoel en verantwoordelijkheidsgevoel
· Originele ideeën en oplossingen
· Apart gevoel voor humor, veel taalgrapjes
· Vaak buikpijn, hoofdpijn
· Speelt vaak alleen
· Draagt "andere" onderwerpen aan in de kring op school
· Zelfstandig
· Leert zichzelf lezen / rekenen / schrijven
· (Over) gevoelig
· Vaak onhandelbaar of agressief
· Moeite met leren zwemmen / fietsen
· Verschillende dingen tegelijk doen, hoog tempo
Kenmerken van onderpresteren
Onderpresteren is één van de onderwerpen rondom hoogbegaafdheid die leerkrachten bezighouden. Wat is onderpresteren nu eigenlijk? Hoe komt het nou dat een begaafd kind, waarvoor de wereld toch open zou kunnen liggen, niet tot presteren komt? Hoe vind je onderpresteerders? Nog veel gecompliceerder lijkt het antwoord op de vraag hoe je een onderpresteerder weer aan het werk krijgt. Wat moet je doen om zo'n kind weer prestaties op zijn eigen niveau te laten leveren?
Relatief en absoluut
Hennie, de leerkracht van groep één / twee heeft een begaafd kind in haar klas. Ten minste, dat denken de ouders van Ilse. Volgens hen kan Ilse lezen en schrijven. Thuis schijnt ze ook al sommen te maken. Na de eerste oudergesprekken heeft Hennie wat materiaal uit groep drie gehaald. Speciaal voor Ilse heeft ze een aparte lade ingericht met lees- en schrijfwerk. Ilse is er niet in geïnteresseerd. Uit zichzelf pakt ze nooit wat uit het laatje. Bij arbeid naar keuze speelt ze het liefst aan de watertafel. Als Hennie het werk verdeelt en Ilse een opdracht uit het laatje geeft, komt het nooit af. Ilse kijkt maar wat om zich heen en het kleine beetje werk dát ze maakt zit boordevol fouten. Hennie heeft zo haar twijfels over de capaciteiten van Ilse. Kijken we naar de bovenstaande situatie, dan is het niet zo vreemd dat Hennie zo haar twijfels heeft over de uitspraak van Ilse's ouders dat Ilse wellicht begaafd is. Hennie ziet in de directe leersituaties in de klas immers geen gedrag dat de ideeën van Ilse's ouders zou kunnen bevestigen. Toch is daarmee wel meteen het eerste signaal van onderpresteren afgegeven. Er bestaat een discrepantie tussen het gedrag van het kind thuis en dat op school. Maar is Ilse daarom meteen een onderpresteerder? Iemand die onderpresteert valt toch op omdat zijn resultaten zó ver beneden de maat liggen? Of toch niet? Laten we eerst eens kijken wat onderpresteren nu precies is.
Er zijn twee uitingsvormen van onderpresteren te onderscheiden. In de eerste plaats is er een groep relatieve onderpresteerders. Deze leerlingen maken hun werk en scoren op toetsen alsof zij gemiddelde leerlingen zijn. Dit zijn de kinderen die voortdurend onder hun eigen niveau presteren, maar niet opvallen in de groep. Daarmee is ook meteen de belangrijkste complicatie aangegeven: ze lijken prima te functioneren en hebben zich voor de leerkracht onzichtbaar gemaakt. Voor de leerkracht zijn deze kinderen niet herkenbaar als begaafd. Zij steken zo gezegd niet met de kop boven het maaiveld uit, maar om met de woorden van een tienjarige te spreken: 'zij vervelen zich te pletter!'
In de tweede plaats is er een groep leerlingen die we absolute onderpresteerders noemen. Zij functioneren niet alleen onder hun eigen niveau, maar ook (ver) beneden het groepsniveau. Deze leerlingen vallen op. Hun prestaties zijn zo slecht dat we hen vanzelf tegenkomen. Dat we hen vinden, zegt overigens niet dat we hen automatisch op de juiste manier gaan benaderen.
De eerste signalen
Leerlingen die we absolute onderpresteerders noemen geven vaak, naast hun abominabele werkresultaten, nog veel meer signalen af waardoor de aandacht van de leerkracht vaak wel op hen gevestigd moet worden. Zij vertonen vaak probleemgedrag, dat kan variëren van constant aandacht vragen, tot agressief gedrag. Soms vallen deze kinderen op, doordat zij zich absoluut niet kunnen concentreren, een slechte werkhouding en een traag werktempo hebben.
Sylvia is leerkracht van groep acht. Niels is haar zorgenkind. Niels is in de klas vaak niet te hanteren. Hij doet waarin hij zin heeft; pest andere kinderen; heeft altijd zijn woordje klaar als iemand iets zegt; zijn werk is nooit af en van de tien sommen maakt hij er één goed. Ik ben heel lang op zoek geweest naar de oorzaak van zijn problemen. Om hem bij zijn werk te helpen hadden we in het team besloten dat de remedial teacher hem zou testen en vervolgens voor taal en rekenen een eigen programma voor hem zou opstellen. Niels was zo'n leerling die in het voortgezet onderwijs op een I-afdeling terecht zou komen. Het mocht allemaal niet baten. Hoe meer oefenwerk we hem gaven, des te slechter werden zijn prestaties. Thuis was Niels inmiddels niet meer hanteerbaar. In de klas liep zijn gedrag echt de spuigaten uit. Niemand wist wat er met hem aan de hand was. Uiteindelijk hebben we hem laten testen door de schoolbegeleidingsdienst, want eigenlijk waren we van mening dat Niels maar naar het speciaal onderwijs moest. Pas toen bleek, dat Niels niet zwak- maar juist hoogbegaafd was. De relatieve onderpresteerder heeft zichzelf zoals gezegd voor de leerkracht onzichtbaar gemaakt. Toch geven ook deze kinderen signalen af. Tom is zo'n kind. Hij zit in groep zes; doet goed mee met de klas; heeft zijn werk op tijd af en lijkt eigenlijk altijd goedgehumeurd. Niets bijzonders dus, zo op het eerste gezicht. Tom is wat je zou kunnen noemen 'een gemiddeld kind'. Ten minste, dat dacht zijn leerkracht. Op een dag was Tom aan de beurt om een spreekbeurt te houden. Zijn onderwerp was geld. Ik dacht dat zijn verhaal zou gaan over het slaan van munten of iets dergelijks. Hij kwam aan met een verhaal over vreemde valuta en het belang van de euro. Mijn mond viel open, hij wist meer van zijn onderwerp dan menig volwassene. Na die spreekbeurt ben ik eens met zijn ouders gaan praten. Thuis bleek Tom een heel ander kind te zijn dan op school. Toen ik op school ging kijken wat zijn didactisch niveau was, bleek hij nog lang niet aan zijn plafond te zitten. Tom kon veel meer dan ik vermoedde.' De voorbeelden van de signalen die Niels en Tom afgaven zijn wel de twee uitersten als we spreken over herkenning van onderpresteerders. Welke signalen zijn er nu nog meer?
Positief en negatief
De signalen van onderpresteerders zijn te verdelen in zogenaamde positieve en negatieve signalen. Zien we bij een kind alleen de negatieve kenmerken, dan kunnen we gevoeglijk stellen dat er weliswaar problemen zijn, maar dat deze niet veroorzaakt worden doordat het kind onderpresteert. Hieronder worden vier kenmerken uitgebreid besproken. Het eerste belangrijke kenmerk is, dat onderpresteerders vaak kinderen zijn die in onze ogen ongewone interesses hebben. Het zijn ook kinderen die vaak blijk geven van enige voorkennis over een onderwerp dat in de klas behandeld wordt. Een grappig voorbeeld hiervan is een kind dat de tweede dag van het schooljaar thuiskomt en tegen haar moeder zegt: 'Ik heb in het werkboekje gelezen welke woordjes wij allemaal tot de kerst gaan leren lezen.' Het tweede essentiële kenmerk is dat de onderpresteerder veel (onnodige) fouten maakt in werk dat beneden zijn niveau is. Er is veelal ook geen vast foutenpatroon te herkennen. De ene keer maakt het kind een bepaald type opdracht foutloos, de dag daarop kan de leerkracht bij het nakijken de rode pen niet meer neerleggen. Vaak zijn de mondelinge prestaties van deze kinderen beter dan hun schriftelijke resultaten. Sandra, leerkracht uit groep acht, maakte dit mee bij een leerling uit haar groep. 'Het moeilijkste vond ik dat Margje zulke wisselende prestaties neerzette. Zodra ze haar werk moest opschrijven leek het alsof zij steeds de mist inging. Dan maakte ze heel veel fouten. Als ik bijvoorbeeld bij het rekenen dezelfde sommen met haar mondeling doornam, dan waren haar antwoorden foutloos. Margje functioneerde ook beter in een op een situaties. Niet omdat ik dan meer uitleg gaf, maar gewoon omdat zo'n situatie van het kind vanzelf om een grotere concentratie vraagt. Maar het is natuurlijk wel heel moeilijk om daar vat op te krijgen. Je kunt in een groep nou eenmaal niet steeds één leerling volledig apart begeleiden en onderwijs geven.' Ten derde is in de prestaties van een onderpresterende leerling een duidelijk neerwaartse lijn te herkennen. Zo kan een didactische voorsprong binnen een half jaar veranderen in een (ogenschijnlijk) didactische achterstand. Vaak is het zo dat deze kinderen bij werk van een moeilijker niveau plotseling weer beter gaan presteren. Jane, intern begeleider, kan daarover meepraten. Marcel (acht jaar) werd door haar getest. 'De eerste toetsen maakte hij verschrikkelijk slecht. Vooral begrijpend lezen en rekenen gaven een somber beeld te zien. Uiteindelijk besloot ik hem geen toetsen meer af te nemen maar gewoon eens met hem te praten, wat er nu eigenlijk aan de hand was. Maar Marcel vroeg of hij nu zelf een werkje mocht uitzoeken. Hij koos een bitter moeilijke toets. Met glimmende ogen wees hij de opdracht aan. Eigenlijk wilde ik hem behoeden voor nog meer fouten en het lag op mijn lippen te zeggen dat de tijd om was. Toen ik hem zijn gang liet gaan was het resultaat verbluffend. Voor de zekerheid ben ik toen ook de andere toetsen op een hoger niveau gaan afnemen. Gelukkig maar, want uiteindelijk bleek hij een didactische voorsprong te hebben op zijn leeftijdgenoten van ruim twee jaar!' Het vierde kenmerk is dat onderpresterende leerlingen vaak een enorme ontdekkingsdrang en creativiteit hebben die zij thuis wél laten zien. Soms overigens tot wanhoop van de ouders. Want hoe reageer je als je kind het tuinpad heeft opgebroken om te zien waar dat telefoondraad vanuit de meterkast naartoe gaat of schrikdraad op de deurklink aansluit? Wij hebben op school achteraf met de ouders vreselijk gelachen om Sem. Sem had een soort electrodoos gekregen waar hij allemaal proeven mee kon doen. Hele dagen zat hij op zijn kamer met die doos. Sem wilde graag een slot op zijn slaapkamerdeur om zijn kleine broertje buiten te sluiten. Zijn ouders waren hier fel tegen. Sem koos voor zijn eigen oplossing. Op een middag kwam zijn kleine broertje huilend naar beneden. De deur van Sem prikte hem steeds. Zijn vader ging kijken wat er aan de hand was. Toen hij Sems kamer wilde inlopen, kreeg hij telkens als hij de deurklink aanraakte een piepklein stroomstootje. Toen vader de deur eindelijk open had, zat Sem triomfantelijk te lachen. Hij had geen slot op zijn deur, maar van de ongewenste bezoekers was hij ook af. Op het moment dat een leerkracht meent te signaleren dat een leerling onderpresteert, is het belangrijk dat er contact wordt opgenomen met de ouders. Vaak biedt een gesprek met de ouders belangrijke informatie over het functioneren van het kind in de thuissituatie. Vervolgens is het zaak dat het werkelijke didactische niveau van de leerling bepaald wordt. Pas dan kan de leerkracht gaan kijken hoe de leerling gemotiveerd kan worden om te presteren op zijn eigen niveau.
Door Kees de Vries
Een unificatietheorie
Na gedegen onderzoek uit zeer vele bronnen en het langslopen van zogenaamde checklijsten, kom ik tot de conclusie, dat de kenmerken van ADHD, Nieuwetijdskinderen en hoogbegaafden veel overeenkomsten vertonen. Dit kan betekenen, dat de onderliggende problemen dezelfde zijn. Om nu een beetje inzicht te verschaffen, zal ik de significante problemen uit alle gezamenlijke lijsten hieronder vermelden. Onderstaande lijst is samengesteld uit vele lijsten die circuleren. Het bevat de kenmerken die in vrijwel iedere lijst voorkomen. Ik noem ze dan ook:
Universele kenmerken van kinderen van deze tijd
· Astma
· Eczeem
· Allergie
· Huilen vaak als baby
· Wijze uitspraken
· ADHD
· Hoogbegaafdheid
· Dromerig
· Dyslexie
· Originele oplossingen
· Moeite met motoriek
· Verschil in ontwikkelsnelheid tussen geest en lichaam
· Slaapproblemen
· Verdriet
· Angst
· Snel verveeld
· Concentratieprobleem
· Creatief
· Intuïtief
· Ongeduldig
· Impulsief
· Zorgen maken
· Stemmingswisselingen
· Rusteloosheid
· Neiging tot verslaving
· Probleem met eigenwaarde
· Gevoelig voor sfeer
· Moeite met vaste procedures
· Minderwaardigheidsgevoel
· Individualist
· Wil zelfstandig zijn
· Verzet tegen autoriteit
· Faalangst
· Eenzaamheid
· Verbaal zeer vaardig
· Agressief gedrag
Veel van de genoemde kenmerken zijn terug te voeren op een beperkt aantal basisoorzaken:
· schuld, angst, verdriet, schaamte
Op hun beurt hebben deze basiskenmerken een directe relatie met het menselijke energiesysteem. De fysieke klachten zoals eczeem en astma komen dan ook geheel voor rekening van de geestelijke problematiek, die voorvloeit uit deze basiskenmerken. Ik heb meerdere malen meegemaakt, dat iemand met astma hier na een behandeling van 2 uur van genezen was.
Therapie:
Indien we als therapeut er in kunnen slagen om een aantal van deze basisoorzaken te elimineren, komen we tot een rustiger leefwereld, zowel in de persoon als in zijn sociale omgeving. Wegnemen van deze basisproblemen ontneemt ca. 80% van "het lijden" van de persoonskenmerken. Streven naar 100% moet gezien worden als een illusie. Overigens zijn vele kenmerken geen "probleem" maar een gave. De meeste van bovenstaande kenmerken kunnen middels een therapie worden geïntegreerd en herkend in het leven van het kind. De grootste turbulentie wordt uit het bestaan gehaald en omgezet in bewustwording en acceptatie van de kenmerken. Je kunt er beter mee leren omgaan als je de dingen herkent en erkent. Zelfacceptatie en acceptatie door je omgeving is van essentieel belang voor ieder mens. Bewustwording gaat niet alleen via praten (psychotherapie), maar meestal met een "raken" aan het onbewuste deel van de menselijke psyche.
Een nieuwe visie op behandelen
Na enige jaren betrokken te zijn geweest in het behandelen van nieuwetijdskinderen, overspannen mensen, chaotische mensen, depressieve mensen en andere personen met gelijksoortige kenmerken, komt er een lijn naar voren. Deze lijn is, dat al deze mensen, meestal kinderen, kampen met een aantal criteria die te vergelijken zijn. Deze vergelijkingen zijn op basis van diverse checklijsten gestaafd. Uit deze checklijsten, die in ruime mate circuleren, komt naar voren, dat de criteria voor bepaalde "ziekten" of "persoonlijkheden" een opvallende vergelijking vertonen. Categorieën die overeenkomen op een groot aantal punten zijn:
· ADHD
· Stress / overspannenheid
· Nieuwetijdskinderen
· Hoogbegaafdheid
· Dyslexie / dyscalculie
· Depressie / manische depressiviteit
Nu geldt in onze wereld zo ongeveer, dat voor iedere "stoornis" een aparte club wordt opgericht. Deze club koestert het eigen probleem en probeert erkenning te krijgen voor de symptomen die als uniek worden ervaren. Al deze stromingen proberen wetenschappelijk onderzoek op gang te krijgen, zodat men gaat zoeken naar oorzaken in genetische en fysieke afwijkingen die vervolgens middels chemische en / of psychologische weg moeten worden herkend of onderdrukt. De diversiteit aan onderzoeken en chemische middelen en de neiging van sommige wetenschappers om het eigen onderzoek belangrijker te achten dan de oplossing van het probleem, resulteert in een veelheid van aanbevelingen. Accenten worden gelegd op de "eigenheid" van het probleem in plaats van op de gemeenschappelijke kenmerken. Oplossingsgericht denken wordt minder belangrijk geacht dan een correcte checklijst. Resultaat is, dat we onze kinderen aan zware medicijnen zetten, die de symptomen onderdrukken. Dat we hiervoor zelfs zover moeten gaan, om sterke opiaten aan onze jeugd te verstrekken (b.v. Ritalin) is zorgwekkend. Wordt het niet tijd, dat we ons beeld van hoe een "Normaal mens" er uit zou moeten zien gaan bijstellen? Als we alle lijsten die hierboven zijn genoemd en alle mensen die "lijden" aan deze kenmerken bij elkaar optellen, aan hoeveel procent van de bevolking komen we dan? 40% , 50%, 60% ?
Over de samenhang en een oplossing
Als we nu eens vrij denken en niet gebonden zijn aan bloedgroepdiscussies over symptomen en ziekten, kunnen we een geheel ander beeld waarnemen. Voordat ik zal pogen uiteen te zetten hoe ik hierover denk, eerst even een aantal persoonlijke stellingen:
· Wetenschappelijk onderzoek is niet de enige methode om te komen tot inzicht
· Wat we niet kunnen zien, voelen, ruiken, horen of proeven kan wel degelijk bestaan
· Statistisch onderzoek hoeft echt niet per definitie juist te zijn
· Wetenschappers zijn ook mensen, meestal met een groot ego
· Mensen, en dus ook wetenschappers, stoppen met zoeken, zodra ze een kader hebben gevonden, waarvan ze denken dat het past voor de probleemstelling.
Hoe werkt leren?
Waarom verwachten we van kinderen dat ze alles evengoed kunnen op de basis school, terwijl wij als ouderen een vak kiezen en andere dingen laten vallen? Waarom blijven wij blind voor neurologische ontwikkelproblemen die bij ieder kind anders zijn. Waarom gaan wij er nog steeds vanuit, dat iedereen op dezelfde manier moet leren?
Voorbeelden van soorten geheugenfuncties:
· Visueel geheugen
· Rijtjes onthouden
· Schrijven van tekens
· Fietsen
Voorbeelden van problemen in de hersenen:
· Schrijfproblemen terwijl spreken als een waterval gebeurt
· Geen woorden kunnen vinden voor wat je wilt zeggen
· Moeilijkheid om de combinatie tussen klank en symbool te vinden
· Moeilijk zinnen niet kunnen begrijpen
· Geestelijke uitputting, waardoor geen concentratie
Het Breinsysteem
Hoe werkt leren eigenlijk? De verschillende neurosystemen steunen op elkaars functies. Zodra er een van de functies niet naar behoren functioneert, dan kan er iets fout gaan. Het breinsysteem bestaat uit 8 verschillende systemen, die we tijdens het opgroeien van het kind in de gaten moeten houden, net zoals we dat doen bij een veranderend voedingspatroon van datzelfde kind. De sterkte van ieder individueel systeem draagt bij aan het geheel van het functioneren van het kind op school en thuis. U dient dus ieder systeem in de gaten te houden en eventuele afwijkingen te signaleren en daarop positieve actie te nemen.
De onderdelen van het systeem zijn:
· Het aandacht systeem
· Het geheugen systeem
· Het taal systeem
· Het ruimtelijk systeem
· Het volgorde systeem
· Het motorisch systeem
· Het hogere denk systeem
· Het sociale denk systeem
Het aandachtsysteem:
Concentreren op van alles en nog wat, behalve op datgene wat je aan het doen bent. Aandacht is het planbureau van de geest. Hier wordt bijgehouden wat je moet doen en waar je wisselend mee bezig moet zijn. Het aandachtsysteem verdeelt de geestelijke energie naar de diverse taken. Het houdt ons alert. Een voorbeeld van een aandachtsprobleem is dat een kind denkt aan een feestje waar ze die middag naartoe gaat en daardoor kan het de aandacht niet bij een rekensom houden.
Het geheugensysteem:
Een meisje vergeet steeds de exacte antwoorden op concrete vragen, waarop slechts 1 antwoord mogelijk is. Ze leerde zeer intens en wist alles, behalve op het juiste moment. Binnen het schoolsysteem wordt meer gevraagd van ons geheugen, dan in welke carrière dan ook. Het geheugen bestaat uit compartimenten, waarin verschillende zaken worden opgeslagen. Er zijn kinderen die op school falen, omdat ze veel beter kunnen DENKEN dan ONTHOUDEN. Er zijn er natuurlijk ook, die slagen met hoge cijfers omdat ze goed kunnen onthouden, maar die in de maatschappij falen, omdat dit rigide systeem daar niet werkt, maar daar wordt meer gesteund op het denken in plaats van het geheugen.
Het taalsysteem:
Het taalsysteem is een complex van geluiden en symbolen die een relatie hebben. Het feit dat je hier goed mee om kunt gaan maakt briljante leerlingen. Een kleine afwijking leidt vaak tot problemen in het begrijpen, luisteren, spreken en schrijven van de taal. En hiermee dus alle taalgerelateerde overdrachten, waarop ons totale onderwijs is gebaseerd.
Het ruimtelijk systeem:
Inzicht of gebrek aan inzicht in ruimtelijke verhoudingen. Voorbeelden hiervan zijn de schoenen verkeerd om aandoen, de trui achterstevoren aandoen. Gekke tekeningen op school vragen ook de aandacht. Deze tekorten signaleren een probleem in het ruimtelijk systeem. Dit systeem zorgt ervoor, dat we de informatie die we vergaren in een visueel patroon configureren. Dit systeem leert je dus ook patronen te herkennen die we in een soortgelijke omgeving hebben geleerd. Heb je 1 appel gezien die rood is, dan kun je er zelf achterkomen dat een vrucht, ondanks een afwijkende kleur, toch een appel kan zijn. Het ruimtelijk systeem vraagt om een gesloten systeem tussen onze ogen en onze hersenen. Dit kan heel functioneel zijn als je iets zoekt wat je kwijt bent. Mensen die dus altijd van alles kwijt zijn, hebben een lek in dit systeem. Het ruimtelijk systeem leert ons denken in plaatjes, zodat kennis en inzicht visueel wordt opgeslagen. Lekkages tussen afgesloten compartimenten brengt ons chaos, maar ook humor, omdat niet gerelateerde feiten toch in relatie gebracht kunnen worden.
Het volgorde systeem:
Als je iemand vertelt 3 dingen te doen, begint hij met het laatste. Dat is wat nog herinnerd wordt. Als dit systeem niet goed functioneert, dan is het vrijwel onmogelijk een lange termijn planning te maken en handhaven. Zo iemand moet stap voor stap worden benaderd. Het volgorde systeem is gekoppeld aan het ruimtelijk systeem. Een stroom informatie komt ons brein binnen en moet als een stroom van gedachten en acties op een bepaalde volgorde eruit komen. Voorbeelden hiervan zijn het onthouden van en telefoonnummer, een handleiding van een bouwpakket, aan- en uitkleden, etc. Maar de belangrijkste van deze volgorde uitdagingen is TIJD.
Het motorisch systeem:
Frustratie bij een kind wat niet kan fietsen, terwijl zijn vriendjes dit probleemloos doen. Het motorisch systeem legt de verbindingen tussen de hersenen en de spieren. Motorisch minder goed functionerende kinderen voelen zich vaak minderwaardig ten opzichte van anderen. Een basis voor veel problemen.
Het hogere denksysteem:
Peter heeft problemen om te begrijpen wat massa is en wat het verschil is tussen snelheid en acceleratie. Hij weet niet wat weerstand in een electriciteitsdraad is. "Ik begrijp het gewoon niet"
Johanna begrijpt de symboliek uit een gedicht niet, terwijl de symbolen van algebra geen probleem zijn. Dit duidt op een probleem in het hogere denken, wat een relatie heeft met taalgebruik. Jan kan precies uitvinden waarom zijn computer niet werkt, maar hij begrijpt niets van het milieuprobleem. Het hogere denksysteem maakt gebruik van gegevens en regels over de combinatie van die gegevens, die leiden tot nieuwe informatie uit de combinatie.
Het sociale denksysteem:
Ella wordt nooit uitgenodigd op feestjes. De telefoon gaat nooit voor haar, maar wel voor haar broer en zusje. Op school wordt ze geplaagd. Ze heeft geen vriendinnen en valt tussen wal en schip. Haar moeder zegt dat ze haar arm er voor over heeft om een vriendin te krijgen, maar elke keer als ze dicht bij een vriendschap komt, maakt ze er een potje van en gaat het mis. Ze heeft geen idee wat ze fout doet. Een foutje in dit systeem leidt ertoe, dat je overal buiten ligt en altijd de spot met je wordt gedreven. Deze personen behoren tot de meest platgetreden mensen in onze samenleving.
Alle bovenstaande systemen moeten zo mogelijk gelijk op worden ontwikkeld. Zodra er verschillen optreden, kan dit consequenties hebben voor het functioneren van de gehele persoon. Als een kind bijvoorbeeld weinig specifiek meedenkt in ideeën, dan gebruikt dit kind van het woord "Dinges" om iets mee aan te duiden. Als je dit toestaat, dan stopt de ontwikkeling van het taalsysteem en vlakt af. Als je nooit hardloopt, vermindert de capaciteit van dat systeem zienderogen en heeft een negatief effect op het motorische systeem. De goede samenwerking tussen de systemen leidt ertoe, dat complexe taken kunnen worden uitgevoerd, zoals het onthouden van het Wilhelmus. Dit is een combinatie tussen het geheugensysteem en het taalsysteem. Aandacht gekoppeld aan het motorische systeem kan een perfect doelpunt realiseren.
Neuro-ontwikkelings profielen:
En mix van bovenstaande sterke en zwakke punten vormt het profiel van een mens. Soms past dit profiel perfect op de situatie, terwijl op een ander moment dit profiel geheel niet past en juist problemen oplevert. Jan heeft problemen met zijn geheugen. Als hij zit te bedenken hoe de spelling goed gemaakt kan worden, verdwijnt zijn briljante idee en blijft zijn blad leeg. Hij is een uitstekend conceptueel denker, maar het geheugen qua spelling laat hem in de steek. Nu schrijft hij boeken over politieke verhoudingen en het spellen laat hij aan zijn computer over. Op de basisschool was spellen een probleem en had hij slechte vooruitzichten en cijfers, nu verkeert hij in de hoogste regeringskringen, juist vanwege de "zwakte" die op de basisschool zijn probleem was. Zo is op het ene moment je profiel een zwakte, terwijl het op een ander moment het juist je sterkte blijkt te zijn. Omgekeerd geldt dit ook. Een briljante leerling met negens en tienen maakt er niets van in het bedrijfsleven.
Hoe kom je aan je Neuro-ontwikkelingsprofiel?
· Het zit in je genen (erfelijkheid, emotioneel en DNA)
· Gezinsleven en stress (scheiding, stress, financiële problemen)
· Culturele factoren
· Vrienden (wat zij Cool vinden is leidend)
· Gezondheid (voeding, ziekte, fysiek trauma)
· Emoties (depressie, overlijden van (groot)ouders, verliefdheid gaat uit)
· Onderwijservaring (te grote klassen, geen aandacht, verkeerde structuur of het ontbreken hiervan, daardoor verlies van interesse en aandacht.)
Tips in de klas voor drukke kinderen
1. Te zwakke aandacht en concentratie:
· Geef het kind een bank vooraan in de klas (dan zijn er minder afleidende prikkels binnen zijn blikveld)
· Zoek geregeld even (oog)contact met de leerling
· Deel een opdracht op in kleine deeltaakjes
· Geef het kind na ieder voltooid deeltaakje even een complimentje. Stel hiermee korte-termijndoelen die bereikbaar zijn
· Geef het kind extra tijd om iets af te maken
· Geef één opdracht tegelijk
· Leer een kind zichzelf te instrueren tijdens het werk, gebruik hierbij ter ondersteuning bijvoorbeeld plaatjes of stickers op de bank
· Geef duidelijke, concrete en korte instructies, vraag het kind de instructies te herhalen, om te controleren of alles goed is overgekomen
2. Impulsiviteit:
· Bereid het kind voor op vrije situaties door afspraken te maken over gewenst gedrag
· Zeg niet alleen wat niet mag, maar vooral hoe het wél moet
· Wees altijd prompt met afwijzing of beloning van gedrag
· Vergeet niet complimentjes te geven als het goed gaat
· Maak goede afspraken over de manier waarop het kind aandacht mag vragen (vinger opsteken bijvoorbeeld)
· Spreek duidelijk af welk gedrag gewenst is en wanneer en help het kind de betreffende situatie te herkennen
3. Motorische onrust:
· Sta geregeld even motorische activiteit toe (even rennen, even uit de bank)
· Spreek af wanneer motorische onrust niet gewenst is en wijs het kind op deze afspraak
· Geef vaak even een korte pauze tussen opdrachtjes waarin motorische activiteit wordt toegestaan
4. Lage motivatie:
· Maak geregeld een aanmoedigende opmerking. Zoek naar gedrag waarvoor je een compliment kunt geven
· Stel duidelijke, concrete eisen aan de werkhouding
· Probeer niet boos te worden maar leg geregeld uit welk gedrag je graag wilt zien
· Vat af en toe nog even samen wat je van het kind verwacht (tussentijdse instructie)
· Zoek contact met het kind en wissel een blik van verstandhouding
· Let op of het kind gefrustreerd of vermoeid raakt; misschien was de opdracht te zwaar of nam de taak teveel tijd in beslag
· Verwoord de emoties van het kind (agressie, angst, verdriet) en geef daarmee erkenning en begrip
· Vertel het kind hoe het kan aangeven dat het zich boos of gefrustreerd voelt
5. Moeite met zelfstandig werken:
· Geef veel structuur en help het kind zichzelf te structureren
· Ondersteun het kind bij het plannen d.m.v. plaatjes en werkschema's die samen zijn opgesteld
· Werk bij voorkeur met een agenda of een rooster
· Geef het kind voldoende tijd om zijn werk netjes te kunnen verzorgen
· Geef geen complexe opdrachten maar steeds één opdracht tegelijk
· Geef het kind een compliment als het een opdracht heeft uitgevoerd
· Zoek compensatie voor bijvoorbeeld zwakke fijne motoriek door te werken met de computer
6. Moeite met sociaal functioneren:
· Leg een kind uit wat er is misgegaan bij een ruzie, zodat het kan leren van die ervaring. Het is vaak te moeilijk voor het kind om zelfstandig te ordenen wat er gebeurde
· Leg het kind uit wat anderen van hem verwachten
· Geef complimenten voor geslaagde sociale interactie
· Spreek zo nu en dan voor de pauze af, met wie het kind gaat spelen
· Structureer vrije situaties voor het kind
ADHD en Obsessieve-Compulsieve Stoornissen (OCS)
OCS is een samenstel van persoonskenmerken die bestaan uit een combinatie van dwanghandelingen en dwanggedachten. De afgelopen jaren is er veel onderzoek geweest naar het hoe en waarom van Obsessieve-Compulsieve Stoornissen (OCS).
1. Recente studies maken duidelijk dat OCS een van de meest voorkomende psychische stoornissen bij volwassenen is. Ongeveer 2 - 2,5% heeft in meer of mindere mate dagelijks last van dwanghandelingen en dwanggedachten. Ten minste 300.000 mensen in Nederland lijden onder de symptomen van deze aandoening. Velen zijn zich echter niet bewust dat zij een stoornis hebben die nu prima te behandelen is.
2. OCS wordt in de meeste gevallen veroorzaakt door een genetisch mankement. Daarnaast is inmiddels vast komen te staan dat de symptomen zich kunnen openbaren na een acute streptokok-infectie (schimmelinfectie) via een aanval van het zogeheten auto-immuun antilichaam op een gedeelte van de hersenen, de nucleus caudatus. Verder blijkt in een aantal gevallen dat de obsessies en dwanghandelingen oplaaien een tijd nadat iemand een streptokok-infectie heeft gehad.
3. Zoals bij ADHD, tonen PET-scans overduidelijk aan waar de hersenen slecht functioneren: in het orbital frontale deel van de grote hersenen (het gebied net boven de ogen) en in de nucleus caudatus, diep in het midden van de hersenen. Het deel van de grote hersenen dat hier wordt bedoeld ligt precies onder het gebied dat PET-scans aanduiden als het gebied dat verstoord is bij mensen met ADHD.
Bron: Lewis
Baxter, UCLA Center for Health Science, Los Angeles, CA.
Symptomen van OCS
Dwanggedachten
Dit zijn ongewilde gedachten, verbeeldingen of impulsen die inbreuk maken op iemands bewustzijn en angst of lijden veroorzaken. Ze zijn terugkerend, soms samengesteld, en kunnen gewoonlijk niet uitgeschakeld worden door er bewust moeite voor te doen. In sommige gevallen kunnen de obsessies morbide of seksuele beelden bevatten, wat afbreuk doet aan het zelfbeeld.
Sommige dwanggedachten houden in:
· Angst voor ziektekiemen, besmetting en "vieze" dingen.
· Preoccupatie met bepaalde getallen en hoeveelheden.
· Angst dat dingen niet "geordend" of uitgezet zijn.
· Angst dat er iets mis is met het lichaam.
· Angst dat hij / zij zich abnormaal heeft gedragen;
· Angst dat er geen weerstand kan worden geboden aan vreemd gedrag dat steeds terugkomt.
· Angst dat je iets niet "goed" gedaan hebt.
Er zijn er veel meer dwanggedachten, en het is zo, dat personen met een aantal verschillende obsessies zich op niets anders meer kunnen concentreren. Obsessies kunnen al beginnen op 3-4-jarige leeftijd, en de stoornis komt tot het 15e jaar bij jongens veel meer voor dan bij meisjes. Obsessies komen bij kinderen veel meer voor dan men dacht, ten minste de helft van de volwassenen met OCS vermelden dat de symptomen begonnen in de kinderjaren en een toename van de symptomen in de pubertijd. Obsessies zijn ongewilde gedachten, ideeën en handelingen die, hoe hard men het ook probeert niet kunnen worden stopgezet.
Dwanghandelingen
Zijn handelingen die keer op keer worden aangewend om te proberen de obsessieve gedachten te negeren of te onderdrukken. Meestal door een soort ritueel-achtige, zich herhalende acties. Deze leiden vaak tot uitwassen. enkele dwanghandelingen zijn:
· Het buitensporig wassen van handen of andere lichaamsdelen.
· Het zich streng houden aan (zelfgestelde) regels.
· Het erop staan dat dingen zijn gerangschikt in een bepaalde volgorde, hoeveelheid of op een vaste manier.
· Aanhoudend aandacht besteden aan details als het haar, kleding en uiterlijke verschijning.
· Tikken, aanraken en tellen op een ritueelachtige manier.
· Controleren, opnieuw controleren, teruggaan en weer controleren enz.
Buitensporig wassen is een dwanghandeling die verwijst naar de obsessie "angst voor besmetting". Controleren en opnieuw controleren is een dwanghandeling die ontstaat als gevolg van de obsessieve angst dat iets niet is uitgeschakeld, gesloten of geordend, of de angst dat de persoon iets verkeerd heeft gedaan waardoor iemand door zijn/haar toedoen gevaar loopt. Kinderen met OCS vermelden geen obsessies of dwanghandelingen; maar zij jagen iemand de stuipen op het lijf wanneer de zoom van hun sokken niet precies goed zit, de scheiding uit hun haar wordt geaaid, iemand dingen verplaatst die zij juist op formaat en kleur geordend hadden, hun nachtkus niet "precies goed" wordt gegeven of als iemand hun jas aanraakt (besmet). Volwassenen met OCS hebben vaak problemen op tijd aan het werk te gaan, omdat zij steeds naar huis moeten om te checken of de ramen wel dichtzijn en het gas is uitgedraaid. Bovendien kunnen zij zich vaak niet tot werk zetten, omdat zij overal chaos in zien en bezig zijn deze te "herstellen".
Diagnostische uitgangspunten:
Er zijn maar weinig cliënten die om een behandeling vragen voor obsessies of dwanghandelingen. In feite verbergen zij de symptomen een lange tijd, omdat zij zich bijzonder bewust zijn van het feit dat hun ideeën en gedragingen zo afwijkend zijn. Bijna alle pubers en volwassenen met OCS zijn ontzettend bang het stempel "gek" te krijgen. Zelfs relatief jonge kinderen houden hun obsessies vaak voor zich. En als zij opgroeien proberen zij wanhopig hun dwanghandelingen voor hun familie, vrienden en klasgenoten verborgen te houden. Cliënten hebben de neiging hun obsessies zelf te omschrijven als bezorgdheid. In sommige gevallen worden deze bezorgdheden geformuleerd als angsten of fobieën. Veel cliënten zullen zelf de mogelijkheid van dwanghandelingen niet noemen, tenzij hier direct naar wordt gevraagd. En zelfs dan zullen zij de aard en ernst van de rituelen erg verkleinen. Vergeet niet dat veel mensen met OCS hebben een ongelooflijke angst "gek" te worden verklaard wanneer zij de hele waarheid zouden vertellen.
Meteen de biologische basis voor OCS opperen en aangeven dat OCS een vorm van een angststoornis is, die op geen enkele manier te maken heeft met "gek zijn", opent de deur naar verdere uitdieping van de problemen. Een van de (voor volwassenen) meest gebruiksvriendelijke vragenlijsten met betrekking tot OCS is de verkorte versie van de Yale-Brown OC schaal, gedistribueerd door het farmaceutisch bedrijf Upjohn/Saolvay, de makers van Luvox (een stimulerend medicijn), een van de nieuwere medicijnen die geschikt blijken bij de behandeling van OCS. Het is belangrijk de cliënt met OCS niet te overvallen met vragen naar details: veel mensen met OCS worden dagelijks lastiggevallen door zeer expliciete, aanstootgevende en sociaal afschrikwekkende obsessies. Er zijn voorbeelden van OCS met een sterke preoccupatie met geslachtsorganen of dieren, terugkerende gedachten aan het verwonden van geliefden enz. Naar deze gedachten vragen, roept vrijwel altijd weerstand en afstand op. Geen enkele expert op dit gebied weet momenteel precies waarom vriendelijke, vredelievende en sociale personen zulke obsessies ontwikkelen. We weten intussen ook dat mensen met OCS geen persoonlijke verantwoordelijkheid dragen voor de inhoud van deze obsessies.
Behandeling van OCS in combinatie met andere stoornissen:
De symptomen van OCS vragen om een speciale medicatie en/of gedragstherapie (Onthulling en Respons Preventie). Maatschappelijk werkers, psychiaters en psychologen hebben een belangrijke rol na de duidelijke diagnose OCS: ondersteuning van en verwijzing naar professionals die de behandeling op zich neemt en psychotherapie voor eventuele andere stoornissen die geassocieerd worden met OCS. Mensen met OCS, zoals mensen met ADHD en TS (Tourette Syndroom), voelen zich kreupel. Veel vragen zich af en piekeren: "Waarom ik?" Wanneer zij vooruitgang boeken in hun herstel. breekt bovendien een rouwperiode aan: "Hoe had mijn leven kunnen zijn, als mijn problemen jaren eerder onderkend en behandeld waren geweest?" OCS, ADHD en TS hebben altijd invloed op het zelfbeeld en hebben hun uitwerking op het gezinsleven. In de behandeling van mensen met OCS, ADHD en TS zal daarom ook hulp moeten worden geboden aan de andere gezinsleden. Naast de punten die gerelateerd worden aan OCS, zullen mensen met deze stoornis ook vaak last hebben van een of meer andere psychische stoornissen. De meest belangrijke zijn depressieve en dysthyme stoornissen, andere angststoornissen, trichotillomanie ((het uittrekken van eigen haren), ADHD, TS en aanpassingsstoornissen. Daarnaast zijn er vaak relatieconflicten en grote problemen in het uitoefenen van een beroep.
Samenvatting:
Enkele symptomen:
· Preoccupatie met reinheid en wassen, nooit helemaal schoon ondanks al dit schoonmaken.
· Een gevoel vies te zijn en onaangenaam te ruiken, ondanks goed wassen.
· Een preoccupatie met tijd, in gedachten altijd te vroeg of te laat.
· Controleren van kleding en opnieuw controleren, net zo vaak tot het punt van beschadiging is bereikt. Het is nooit perfect. Hierdoor vaak te laat.
· Het gevoel dat er iets mis is met de kleding, vooral ondergoed en sokken: te strak, te los, zit nooit goed. Aankleden is een gevecht. Men ziet dit vaak bij zeer jonge kinderen.
· Het haar zit nooit goed, bakkebaarden zijn oneven, aan make-up wordt zoveel gesleuteld tot het er niet meer uitziet.
· "Nachtwerk", preoccupatie met balans, alles moet in evenwicht zijn: twee tikken hier vraagt om twee tikken daar enz.
· Preoccupatie met dingen die open, dicht, kapot, niet precies goed, niet geordend, niet opgesloten zijn.
· Elektriciteitssnoeren zijn kapot, sloten van deuren werken niet. Controleren en opnieuw controleren.
· Alles tellen: stappen, aanrakingen, tikken, kraken. Onbelangrijke dingen worden in het hoofd continu geteld.
· Over-reactie wanneer iets niet werkt, niet is opgeruimd of op de verkeerde plek ligt.
· Obsessieve gedachten, vaak seksueel of morbide.
· Afwijkende ideeën die zich steeds herhalen kunnen niet worden stopgezet.
· Het gevoel dat zijn/haar gedachten worden gestuurd door anderen; niet in staat deze te stoppen ongeacht de intense pogingen.
· Laag zelfbeeld en veel zelf-kritiek, vaak gezien vanuit een "innerlijke stem" die negatieve kritiek uit en schande spreekt.
· Het gevoel controle te hebben verloren over de eigen impulsen. Neiging dingen aan te raken, te tellen of te voelen.
· Bijgelovige preoccupaties. Stappen op een voeg tussen tegels zal je moeders rug breken enz. Niet in staat deze bijgelovige preoccupaties te stoppen, ondanks de intellectuele benadering ervan.
· Een aanhoudend gevoel van schaamte, schuld en wroeging voor de onacceptabele gedachten, zelfs wanneer er geen acties op zijn gevolgd.
http://www.addclinic.com/index.htmlPRIVATE "TYPE=PICT;ALT=Naar de Engelstalige site van ADDclinic"
Bron: A.D.D. Clinic Inc.
Maaltijden bestaande uit frites, hamburgers, fritessaus, gecombineerd met chips, borrelnootjes en frisdranken bevatten zodanig veel “hulpstoffen” dat ze een direct gevaar opleveren voor de gezondheid van overgevoelige kinderen en ouderen. Hieronder vindt u een aantal stoffen die u beter niet kunt gebruiken, omdat ze giftig zijn voor u en uw kind.
· Verminder of stop het gebruik van suiker, vervang eventueel door fructose. Als suiker vandaag zou worden uitgevonden, zou het verboden worden vanwege de nare bijwerkingen. Overigens, het gebruik van suikervervangers in de zogenaamde light-producten is zo mogelijk nog schadelijker! Honing is ook geen alternatief, omdat het een grote hoeveelheid salicylaten bevat, welke hyperactiviteit kunnen veroorzaken!
Vermijd zo veel mogelijk het gebruik van deze stoffen, door gezond vers voedsel te bereiden en niet of erg weinig te snoepen. Onderstaande stoffen hebben bewezen negatieve bijwerkingen op hyperactiviteit, astma, allergie en eczeem of een combinatie hiervan.
· E102 Tartrazine. Gele kleurstof, komt vaak voor in frisdranken, cakemeel, vla, custard, vruchtenkwark, oogschaduw, chips, borrelnoten, zoutjes etc (staat bekend als een van de ergste toevoegingen!)
· E107 Yellow 2G. Gele kleurstof komt voor in fritesaus
· E110 Sunset yellow FCF. Gele kleurstof, komt voor in vla, pudding, fritesaus, vruchtenyoghurt, borrelnoten, kroepoek etc.
· E120 Cochinille extract. Karmijnzuur. Komt voor in desserts, frisdranken, soepen, fruitcoctail, yoghurtdrinks, milkshake, pinda's in gekleurd jasje
· E124 Ponceau (Rood) Komt voor in desserts, frisdranken, soepen, fruitcoctail, yoghurtdrinks, milkshake, knabbelnoten, chips, ijs, kaas, snoep etc.
· E127 Erythrosine (Rood) Coctailkersen en van buiten de EU geïmporteerde producten zoals, vla, puddingpoeder, custard, engelse drop, zuurtjes, spekjes, vlaaivulling, milkshake etc.
· E133 Brilliant Blauw. Komt voor in Doperwten in blik, ijs en cosmetica
· E150 Caramel. Komt voor in azijn, zwart op wit dragees, mosterd, mayonaise met mosterd, chocoladevla, bruinebonensoep, bouillonblokjes, frisdranken en siropen, spijs- en soeparoma, engelse drop, dropstaafjes, pizza, wine gums, milkshake, vruchtenyoghurt etc. etc.
· E151 Briljantzwart. Kleurstof komt voor in: frisdrank, siroop, snoep en suikerwerk, vla, stoofperen
· E155 Chocolade Bruin HT. Komt voor in gebak en bakwaren, chocolade, cake met cacaofantasie, snoep, toffees, suikerwerk
· E160b Perzikkleur / oranje. Komt voor in margarine, frituurolie, sladressing, ijs, kaas, smeerkaas, salades, zoutjes, sausen, chocoladecake, vruchtenyoghurt
Conserveermiddelen en voedingszuren
· E210 Benzoëzuur. Komt voor in Sambal, krentenbrood met spijs, limonadesiroop, mosterd, groenten in blik, jam, sauzen, salades, leverworst, mayonaise, margarine, halvarine, eierproducten (zie verder E211)
· E211 Natriumbenzoaat. Komt voor in salades, vleessauzen, chips, kroepoek, zure haring, fritessaus, ketchup, hotcurry, barbequesaus, melk, karnemelk, ijs, jam, vruchtenyoghurt, bitterballen, loempia's, nasi goreng, bami, puddingsaus, vijgen, dadels, cake
· E212 Kaliumbezoaat. Komt voor in salades, vleessausen, chips, kroepoek, zure haring, fritessaus, ketchup, hotcurry, barbequesaus, melk, karnemelk, ijs, jam, vruchtenyoghurt, bitterballen, loempia's, nasi goreng, bami, puddingsaus, vijgen, dadels, cake, etc. etc.
· E213 Calciumbenzoaat. Komt voor in salades, vleessausen, chips, kroepoek, zure haring, fritessaus, ketchup, hotcurry, barbequesaus, melk, karnemelk, ijs, jam, vruchtenyoghurt, bitterballen, loempia's, nasi goreng, bami, puddingsaus, vijgen, dadels, cake, etc. etc.
· E214 Ethyl-p-hydroxybenzoaat. Komt voor in spijs en soeparoma, vlaaivulling, geconfijte vruchten, dessertsaus, vlavulling, fruitsnoep, vruchtensap, rode bieten in glas, zalven en crèmes
· E220 Zwaveldioxide. Komt voor in frambozensap, vruchtensalades, pakjes soep, vruchtendesserts, gedroogde groente, vruchtensap, worst, jam, confiture, krenten, rozijnen, broodproducten, ontbijtgranen, muesli, maïzena
· E221 Natriumsulfiet. Komt voor in conserveren van eigeel, eisalades, wijn, bier, broodjes, Caramel, gehakt, tartaar
· E222 Natriumwaterstofsulfiet. Komt voor in zilveruitjes, wijn, bier, cider, melkproducten, vruchtensap, aardappelpuree
· E223 Natriummetabisulfiet. Komt voor in worstjes, zilveruitjes, salades, aardappelpureepoeder, rösti, volkoren crackers, tropische mix, bananenchips, gedroogde papaja en ananasblokjes, sinas
· E224 Kaliummetabisulfiet. Komt voor in zilveruitjes, diepvries garnalen en mosselen
· E225 Kaliumsulfiet. Komt voor in bier (toch al niet zo goed voor kleine adhd-ertjes).
· E226 Calciumsulfiet. Komt voor in appelwijn, vruchtensappen, geraffineerde suiker
· E227 Calciumwaterstofsulfiet. Komt voor in geïmporteerd bier
· E228 Kaliumwaterstofsulfiet. Komt voor in zoetzuur producten en vruchtenwijn
· E249 Kaliumnitriet. Komt voor in vlees in blik, vacuüm verpakt vlees en vleeswaren, gerookt vlees en visproducten, vlees en vleeswaren voor natriumarm dieet
· E250 Natriumnitriet Komt voor in bladgroente, kaas, vleeswaren, rookworst, spek, slavinken, vacuümverpakte vleesproducten, vlees in blik (cocktailworstjes e.d.) diepvriespizza.
· E251 Natriumnitraat Komt voor in kaas, vacuümverpakte vleeswaren, vlees in blik, diepvriespizza
· E252 Kaliumnitraat Komt voor worst, vlees in blik, knakworsten, vacuümverpakte vleeswaren
· E621 Mononatriumglutaminaat,(ook o.a. bekend onder de naam: Ve-tsin) smaakversterker. Komt voor in ERG VEEL PRODUCTEN, zoals worstsoorten, hamburgers, aardappelsalade, soeparoma, bouillonblokjes, soepen, sauzen, fritessaus, ketchup, salades, borrelnootjes, zoutjes, chips, kroepoek, bami, nasi, veel soorten kruiden en kruidenmixen, vissticks, dieetzout, bitterballen, kroketten, frikadellen, gehaktballen, diepvriesmaaltijden, candybars, gevulde repen, pizza's, borrelnootjes, etc etc. etc. (bij deze stof heel erg oppassen! genereert soms woedeaanvallen, schizofrenie en apathie, hyperactiviteit, gedragsstoornissen, hartkloppingen, nekkramp, duizeligheid, misselijkheid, overgeven, migraine, buikpijn, shock, etc.) En dat allemaal door een EU GOEDGEKEURD product….
· E622 Monokaliumglutamaat Komt voor in gehakt, kroketten, sauzen, instantsoepen
· E623 Caciumglutamaat (zie E621)
· E624 Ammoniumglutamaat Komt voor in strooiaroma, instant soepen, gehakt, vleeswaren
· E625 Magnesiumglutamaat Komt voor in natriumarme producten
· E626 Guanylzuur, Komt voor in geïmporteerde vleeswaren, visconserven, sauzen, groenteconserven
· E627 Natriumguanylaat Komt voor in soep, bouillonblokjes, vleeswaren, leverworst, bereid gehakt, slavink, verse worst, knakworst, borrelnootjes
· E628 Dykaliumguanylaat Komt voor in vleeswaren, strooiaroma, soep e.d.
· E629 Calciumguanylaat Komt voor in Loempia, bouillon, strooiaroma
· E630 Inosinezuur Komt voor in soep gekruid gehakt, vleeswaren
· E631 Natriuminosinaat Komt voor in soep, strooiaroma, bloedworst, braadworst, hamburger, ham, tong. Cervelaatworst, leverworst, snelkookrijst, chips en borrelnootjes
· E632 Dikaliuminosinaat Komt voor in soep, bouillonblokjes, strooiaroma, vleeswaren
· E633 Calciuminosinaat Komt voor in soep, strooiaroma, bloedworst, braadworst, hamburger, ham, tong. Cervelaatworst, leverworst
· E634 Calciumribonucleotides Komt voor in soep, strooiaroma, bloedworst, braadworst, hamburger, ham, tong. Cervelaatworst, leverworst
· E635 Dinatriumribonucleotide Komt voor in soep, strooiaroma, vleeswaren, gehaktbal, slavink, verse worst, knakworst
· E903 Carnaubawas Komt voor in citrusvruchten, koffie, kauwgum, muisjes, chocolade, cosmetica (deodorant)
· E913 Lanoline Komt voor in kauwgum, badolie, crèmes
· E922 Kaliumpersulfaat Komt voor in citrusvruchten, koekjes
· E923 Ammoniumpersulfaat Komt voor in brood, koeken, koekjes, gistbakwaren
· E951 Aspartaam Komt voor in lightproducten, limonade, yoghurtdrinks, kauwgum, vruchtenyoghurt, puddingpoeder, koffiecreamer (Veroorzaakt bij gevoelige personen: neurologische afwijkingen, migraine, geestelijke achterstand, toevallen, paniekaanvallen, duizeligheid) .
· E952Cyclamaten Komt voor in light producten en diabetespoducten.
· Menthol Kan een grote oorzaak zijn van hyperactief gedrag bij kinderen (DENK bv. aan Tandpasta)
· Vanille Kan een grote oorzaak zijn van hyperactief gedrag bij kinderen. Komt voor in jam, cacaopoeder, vanillesuiker, consumptie-ijs, halvarine, puddingpoeder, kauwgum, limonadesiroop, cassis, namaakslagroom, muesli, ontbijtgranen
Stelling:
Als we iemand kunnen helpen beter om te gaan met zijn of haar kenmerken en daar voor 80% in slagen, is dit resultaat beter, dan een checklijst met 100% wetenschappelijke nauwkeurigheid afleveren. Het gevoel en de leefsituatie van het kind verdient verbetering waar nodig en mogelijk. De middelen die we hiervoor inzetten dienen onschadelijk te zijn voor de mens en zijn omgeving.
De methode waarmee ik werk is in de loop van enige jaren ontstaan en bestaat uit componenten van vele technieken die gecombineerd worden. Per kind kunnen de componenten die gebruikt worden variëren. De behandelduur loopt uiteen van 1 tot 4 sessies. Per sessie is de duur 1 tot 4 uur.
Uitspraken van mensen na hun behandeling:
· "Ik voel me zo blij van binnen" (kind 8 jaar)
· "He, die chaos is mijn hoofd is weg" (man 20 jaar)
· "Dat lucht op zeg" (kind, 12 jaar, nadat hij eindelijk eens had gehuild)
· "Ik voel me 10 kilo lichter" (kind, 13 jaar)
· "Ik durf nu wel eens "nee" te zeggen" (man, 22 jaar)
· "Ik kan de hele wereld weer aan" (man, 35 jaar)
· "Ik ben niet meer bang" (kind ,11 jaar)
· "Ik voel me niet verdrietig meer" (kind, 10 jaar)
· "Ik voel me niet nerveus meer en het gaat veel beter op school" (kind 13 jaar)
· "Ik heb nu vriendjes" (kind 8 jaar)
· "Mama, ik heb weer zoveel energie, dat ik wel 5 kilometer kan hardlopen." (kind 11 jaar)
Enkele behandelresultaten:
Jongen 11 jaar (enig kind)
Kind is angstig, gesloten, gevoelsarm, contactarm en slaapt zeer slecht. Tevens heeft hij dyslexie, maar is door het vele heen en weer gaan in het behandelcircuit inmiddels "behandelmoe" geworden en volgt de dyslexietherapie niet meer. De ouders worden er gek van, mede omdat ze ook niet kunnen slapen door het nachtelijke rondspoken van hun kind. Na 1 behandeling sliep het kind door, sprak over gevoel en leerde dat aanraking best prettig kon zijn. Nu, na 3 behandelingen gaat het steeds beter op school, heeft hij meer vriendjes dan ooit, ouders zijn uitgeslapen en reageren veel milder. Het kind zelf zit lekker in zijn vel. Een open gesprek over dyslexie en de therapie is weer op gang gekomen, het kind was nl. "therapiemoe" geworden. Op dit moment is het een opgewekt kind wat veel zelfverzekerder in de wereld staat en zelf initiatieven ontplooit. Gelijk met dit kind is ook de moeder behandeld. De moeder was druk en chaotisch van aard en had een stressvolle werkomgeving. Na 2 behandelingen werd ze de rust zelve. Vanaf dat moment kon ze ook relativerender met haar kind omgaan.
Jongen 13 jaar (tweede uit een gezin van 3)
Erg gevoelig kind, dyslexie, geen prater, op zoek naar contact om te spreken met iemand, om zijn overleden vader te vervangen. Gesprekken zijn op gang gekomen, samen met behandelingen. Het kind blijkt aura's te kunnen zien en heeft een vorm van helderziendheid. We hebben hier over gesproken. Het kind zit goed in zijn vel. De dyslexie is verdwenen, hij leest alles wat los en vast zit. Verder vindt hij zijn weg door het leven weer helemaal zelfstandig.
Meisje 13 jr. (oudste uit een gezin van 3)
Erg druk kind wat op school regelmatig uit de klas wordt gestuurd. Typische kenmerken van NTK. Eerlijk, wijs, gesloten. Er zijn diverse gesprekken en behandelingen geweest. Tijdens deze gesprekken blijkt dat zij een onzichtbaar vriendje heeft die haar helpt en waar ze alles aan kan vragen. Ik heb haar het boek "Wijsheid van een sterrenkind" van Phoebe Lauren laten lezen. Haar vriendje noemt ze nu haar gids. Het meisje is erg opgelucht dat ze over deze dingen kan spreken en gedraagt zich ineens veel socialer naar haar broertje en zusje die beide ook verschijnselen hebben van NTK. Het kind ontwikkelt in de loop van de tijd haar helderziende gaven en gaat hier nu heel natuurlijk mee om. Het kind is een luisterend oor voor haar leeftijdgenoten op school. Doordat het op school slecht ging, ben ik naar school geweest om te spreken over "nieuwetijdskinderen", dit werd door de directeur voorbeeldig opgepakt en hij heeft op zijn beurt de leerkrachten hiervan op de hoogte gesteld. Het kind wordt nu met meer respect behandeld en weet ook, dat zij zelf naar de leerkrachten toe wat meer respect op moest brengen. Op school wordt ze er eigenlijk nooit meer uitgestuurd. De test die we gebruikten om voor haar te leren ervaren, dat bepaalde opmerkingen niet kunnen, was het uitspreken van "1…2…3…" bij een opmerking die eigenlijk niet gepast was. Dit hebben de ouders een weekeind volgehouden. Nu kent ze haar grenzen en leert na te denken voordat ze een opmerking plaatst. In dit geval hebben we dus perfect wederzijds respect kunnen realiseren door bewustwording van de situatie.
Jongen 1,5 jaar (enig kind)
Midden in de nacht wordt hij vele malen wakker en schreeuwt de boel bij elkaar. De ouders hebben moeite hem tot bedaren te brengen en lopen geheel gesloopt rond door de nachtelijke verstoringen. Overdag is het een heel gewoon kind, wat goed speelt en vrolijk is. De behandeling wordt door hem niet geaccepteerd, dus ik wacht tot hij is gaan slapen. Daarna begin ik hem te behandelen, hangend over het hek van het ledikant. Hij ligt onrustig te draaien en te mompelen, maar na een paar minuutjes wordt hij rustig en ademt heel normaal. De behandeling heeft ongeveer 20 minuten geduurd en sinds die tijd slaapt hij normaal door. Het was zelfs mogelijk om zijn matras op te tillen terwijl hij sliep, om daar iets onder vandaan te halen. De ouders slapen nu ook door en dat komt de sfeer bijzonder ten goede.
Meisje, 8 jaar. (oudste uit een gezin van 2)
Is angstig en bang voor harde geluiden en voor het donker, voor eigenlijk alles. Ze heeft last van eczeem en heftige aanvallen van astma, hiervoor heeft ze medicijnen. Via de huisarts en diverse therapeuten komt ze uiteindelijk bij mij terecht. Op school kijkt ze altijd de kat uit de boom en is teruggetrokken. Na 1 behandeling van ongeveer 2 uur, is ze niet meer bang geweest en slaapt ze gewoon door. Ze heeft de hele behandeling en alles wat ze hierbij ervaren heeft aan haar klas op school verteld. Haar meester stond versteld, omdat ze normaal altijd gesloten was en niets vertelde over wat haar bezighield. Ook haar moeder zegt, dat ze veel opener is geworden. Het kind zei direct na de eerste behandeling: "Ik voel me zo blij van binnen." 2 behandelingen waren voldoende voor het kind. Ze gaat nu heel ontspannen door het leven en is van een angstig teruggetrokken kind geworden tot een blijmoedig wezentje zonder astma.
Boeken:
Titel: Mijn kind ziet meer
Auteur: Marjan van Gestel
ISBN-nr: 9020282239
Het gaat over: De Beleving van een moeder van 2 NTK
Het boek gaat voornamelijk over Marjans' ontdekken en leren begrijpen en accepteren van het feit dat in eerste instantie dochter Marieke, en later blijkt ook dochter Noortje erg gevoelig is op paranormaal gebied. Ik vind het een heel open boek, dat gelukkig niet over "bijzondere kinderen" gaat, maar over de ontwikkeling van Moeder Marjan, die constant aan zichzelf werkt om contact te houden met Marieke. Ze voelt de noodzaak een brug te vormen tussen het spirituele en aardse voor de gevoelige Marieke, die veel lichamelijke klachten heeft, vaak in haar innerlijke wereld verdwijnt en die veel moeite heeft in het vinden van aansluiting met haar omgeving. Ik herkende mezelf erin, maar begreep ook mijn moeder weer een heel stuk beter; die heeft dezelfde strijd gestreden.
Titel: Vroeger toen ik groot was
Auteur: Joanne Klink
Het gaat over: kleine kinderen die dingen herinneren van voor hun geboorte
Er wordt vaak verwacht dat baby's op aarde komen zonder dat ze iets weten en dat wij ze van alles moeten leren. maar soms blijkt dat die kleintjes meer weten dan volwassenen, over hoe het voor hun geboorte was, waar ze toen waren en ze herinneren zich ook wel eens een vorig leven.
Titel: Kinderen met bovennatuurlijke gaven
Auteur: Cassandra Eason
ISBN-nr: 9057950979
Het gaat over: Een moeder met ervaring over paranormaal zijn van kinderen
Titel: Kracht door bewustwording
Auteur: Sanaya Roman
ISBN-nr: 90-202-7004-4
Het gaat over: Een handleiding voor gevoelige mensen
Tekst op de achterkant van het boek:
Hoe kun je je zelfbeeld , je relaties en je leven op een positieve manier veranderen? Hoe kun je telepathie begrijpen en gebruiken? Hoe kun je je angsten, twijfels en onzekerheid loslaten en je intuïtie ontwikkelen. Via channel `Sanaya Roman geeft de liefdevolle en wijze leraar Orin antwoord op deze en andere vragen.
Volgens Orin ben je als een radio die vele zenders kan ontvangen. Wat je ontvangt hangt af van waar je op bent afgestemd. Je bent niet simpelweg 'blootgesteld' aan de verschillende energieën die van overal op je af komen Orin geeft aan hoe je, als je je houding verandert je beter kunt afstemmen of kunt afsluiten voor de energieën om je heen. Je bent niet meer zo gemakkelijk te beïnvloeden door de stemming van een ander. Integendeel, je kunt zelf positieve energie uitstralen en de mensen in je omgeving helpen en helen. Via eenvoudige oefeningen leer je deze gevoeligheid te ontwikkelen en te gebruiken.
Titel: Kinderen van het nieuwe millennium
Auteur: P.M.H. Atwater
ISBN-nr: 90-6556-165-X
Het gaat over: Verhoogd bewustzijn en bijna dood ervaringen: een verband?
Atwater is een gerenommeerd onderzoeker op het gebied van bijna dood ervaringen. In dit boek kijkt zij naar een mogelijk verband tussen verhoogd bewustzijn en IQ, en het hebben van een BDE(bijna dood ervaring) vooral op zeer jonge leeftijd. De schrijfster is ervan overtuigd dat mensen die -met of zonder BDE - een dergelijke bewustzijnsverschuiving hebben meegemaakt, 'de aanwezigheid van een nieuwe mensenras op deze wereld inluiden'. Zeer inzichtgevend, ook wanneer je zelf geen BDE hebt gehad.
Titel: De Indigokinderen
Auteur: Lee Carroll&Jan Tober
ISBN-nr: 90-75636-30-x
Het gaat over: Veel informatie, waaronder opvoedingstips en de gezondheid
Het boek is makkelijk geschreven en bevat veel tips voor ouders die met opvoedigsproblemen en vragen zitten. Goede tips over het taalgebruik bij een Indigokind en ook veel verhalen over Indigokinderen uit de praktijk van de schrijvers. Verder gaat het ook over het voedingspatroon en de gezondheidsproblematiek. Echt een aanrader.
Titel: Nieuwetijdskinderen
Auteur: Carla Muijsert-van Blitterswijk
ISBN-nr: 90-202-8236-0
Het gaat over: Het intuïtieve kind in gezin, onderwijs en hulpverlening Carla is medeoprichtsters van de stichting Nieuwetijdskinderen en heeft een boek geschreven over Nieuwetijdskinderen. In zeer duidelijke en begrijpelijke taal behandeld ze diverse kenmerken van Nieuwetijdskinderen en legt ze uit dat de term Nieuwetijdskind geen nieuw label is. Het is een boek met beide benen op de grond.
Titel: De indigo-kinderen
een nieuwe generatie dient zich aan / onder red. van Lee Carroll & Jan Tober. Laren : Petiet, 2000.
Poging om vooroordelen over hyperactieve en onhandelbare kinderen weg te nemen vanuit een spirituele benadering.
ADHD
Titel: Barkley, R.A. Diagnose ADHD; een gids voor ouders en hulpverleners.
Lisse : Swets & Zeitlinger, 1997. Steun bij opvoeding en gedragsverbeteringen van ADHD-kinderen, bedoeld voor ouders, docenten en hulpverleners.
Titel: Druktemakers
Auteur: Barkley, R.A., Lisse : Swets & Zeitlinger, 2000. In acht stappen naar een beter gedrag van uw kind met ADHD.
Titel: Ze vinden me druk
Auteur: Delfos, Martine.
Uitgever: Bussum : Van Waarden Produkties, 2001
Over drukke kinderen en ADHD. Eenvoudig verhaal over vier kinderen die altijd druk zijn. Voorlezen aan kinderen vanaf ca. 8 jaar om duidelijk te maken hoe je je voelt als je last hebt van ADHD of hyperactief gedrag.
"Doe normaal": over ADHD en daarbij voorkomende ontwikkelingsstoornissen. Bilthoven : Balans, 1996. Informatie voor ouders, leerkrachten en hulpverleners over kinderen met Minimal Brain Dysfunction oftewel Attention Deficit Hyperactivity Disorder.
Gantos, Jack. Joey vliegt uit de bocht. Tielt : Lannoo, 2001 Joey is een jongen die zich niet kan concentreren en altijd opvalt. Als hij bij zijn vader gaat logeren wordt deze boos op hem en loopt het enigszins uit de hand. Gelukkig begrijpt zijn moeder hem beter. Jeugdleesboek, vanaf ca. 11 jaar.
Glorieux, Peter Gevraagd: "superouders": als opvoeden net niet zo loopt als je wenst. Tielt : Lannoo, 1998. Adviezen aan ouders over de opvoeding van ADHD-kinderen.
Jeninga, John. Zit nu eens even stil: kinderen met ADHD. Amersfoort : CPS, 2000. Tips en aanwijzingen voor ouders en leerkrachten om met ADHD-kinderen om te gaan.
Merkelbach, L.C.H.M. Kinderen met leer-en gedragsstoornissen. Raamsdonkveer : Verse Hoeven, 1998. Beschrijving van de oorzaken en behandeling van het ADHD-syndroom en van dyslexie.
Ploeg, J.D. van der. ADHD in kort bestek. Utrecht : SWP, 1999. Achtergronden, diagnostiek en hulpverlening.
Romm, Aviva. ADHD alternatieven: een natuurgeneeskundige benadering van hyperactiviteit.
Amsterdam : De Driehoek, 2001. Medische en praktische informatie voor ouders en opvoeders.
Versteeg-Corba, C.H Sta nou een stil! : over beweeglijke en overbeweeglijke kinderen Heerenveen : Groen, 1999. Praktische pedagogische adviezen voor ouders en opvoeders.
Vos, Cora de. ADHD; het hyperactieve kind. Houten : Van Holkema & Warendorf, 2000. Praktische voorlichting voor ouders en opvoeders over deze gedragsstoornis bij kinderen.
Hoogbegaafde kinderen
Begaafde kinderen op de basisschool Tilburg : Zwijsen, 1999. Suggesties voor didactisch handelen.
Heuvel, Dini van den. Hoogbegaafdheid : gave en opgave. Bilthoven : Pharos, 1995. Beknopte informatie over hoogbegaafde kinderen en over Pharos, een organisatie van ouders van hoogbegaafden.
Hoop, F. de. Omgaan met (hoog)begaafde kinderen: een andere kijk op (hoog)begaafdheid in school en gezin. Overzicht van opvattingen over (hoog)begaafdheid en de mogelijkheden om hoogbegaafdheid te signaleren, gevolgd door praktische aanwijzingen voor de omvang met hoogbegaafde kinderen in de klas.
Müller, Theresa. Mijn kind is hoogbegaafd. Aartselaar : Deltas, 2002. Inleidend overzicht voor ouders.
Vos, Cora de. Hoogbegaafd. Houten : Van Holkema & Warendorf, 2002. Dit boekje biedt de ouders de kans om na te gaan of hun kind hoogbegaafd is en geeft veel praktische tips om daar vervolgens mee om te gaan. (Verschijnt in oktober 2002).
Vries, Hans de Intelligente kinderen : een handreiking voor opvoeders. Baarn : Ambo, 1996.
Tips voor ouders en opvoeders die te maken hebben met kinderen met een bovengemiddelde intelligentie.
Zanten, Jenny van. Hoogbegaafde kinderen. Amsterdam : Boom, 1997. Informatie voor ouders en opvoeders over het herkennen van hoogbegaafdheid en het opvoeden van hoogbegaafde kinderen.
Dyslexie
Avontuur, Jos. Begeleiding van kinderen met dyslexie in het basisonderwijs. Baarn : Nelissen, 1999.
Praktische handreiking voor ouders en leerkrachten.
Braams, Tom. Kinderen met dyslexie. Amsterdam : Boom, 1998. Praktische gids voor ouders.
Ceyssens, Martine. Ik schreif faut : omgaan met dyslexie. Tielt : Lannoo, 2001. Gids voor ouders, leerkrachten en hulpverleners.
Davis, Ronald D. De gave van dyslexie : waarom zelfs heel slimme mensen niet kunnen elzen en hoe ze het kunnen leren. Rijswijk : Elmar, 1998. Behandelingsprocedure voor dyslectici, waarbij gebruik wordt gemaakt van hun creatieve mogelijkheden.
Dus toch…dyslexie : over kinderen met lees-en spellingsproblemen in het basisonderwijs. Bilthoven : Balans, 1997. Wegwijzer voor ouders en opvoeders van kinderen met dyslexie.
Merkelbach, L.C.H.M. en A.H. Temmink. Kinderen met leer-en gedragsstoornissen. Raamsdonkveer : Verse Hoeven, 1998. Beschrijving van de oorzaken en behandeling van het ADHD-syndroom en van dyslexie.
Omgaan met dyslexie. Red.: Jan Hindrik Loonstra & Frans Schalkwijk. Leuven : Garant, 1999.
Sociale en emotionele aspecten worden in dit boek behandeld.
Temple, Robin. Dyslectische kinderen. Rijswijk : Elmar, 1999. Een praktische handleiding voor ouders.
Vos, Cora de. Dyslexie. Houten : Van Holkema & Warendorf, 2001. Praktische handleiding.
Dahl, Roald. De dominee van Dreutelen. Baarn : De Fontein, 1992. De parochianen van Dreutelen wisten niet wat ze van hun aardige dominee moesten denken toen hij zo nu en dan woorden begon om te draaien. Een jeugdverhaal over dyslexie. Vanaf 9 jaar.
Vriens, Jacques. Ga jij maar op de gang! Houten : Van Holkema & Warendorf, 2002. Ward doet vaak van alles verkeerd en krijgt dan op z'n kop. Omdat het beter voor hem is, gaat hij over naar een aangepaste school. Jeugdverhaal; vanaf ca. 6 jaar.
Faalangst
Beek, Anne ter en Ard Nieuwenbroek. Faalangst aan de start : handreiking voor het basisonderwijs.
's- Hertogenbosch : KPC Groep, 1999. Adviezen aan leerkrachten.
Gordebeke, Toon. Je zenuwen? Je motor! : leren omgaan met faalangst. Baarn : Nelissen, 2001.
Handleiding voor trainers van met name jongeren met faalangst in een onderwijssituatie.
Litiere, Marc. "Ik kan dat niet!" : omgaan met faalangst bij kinderen. Tielt : Lannoo, 2000. Een positieve gids voor ouders, leerkrachten en hulpverleners.
Nieuwenbroek, Ard en Jan Ruigrok. Faalangst de baas. Utrecht : Kosmos, 1996. Praktische handreiking om faalangst zelf te overwinnen.
Nieuwenbroek, Ard. Faalangst en ouders. Kampen : Kok, 1998. Praktische handleiding voor ouders van kinderen met faalangst.
Nieuwenbroek, Ard. Mislukken mag! : over faalangst bij kinderen. 's-Hertogenbosch : KCP, 1993.
Handleiding voor leerkrachten om met faalangstige kinderen om te gaan.
Nieuwenbroek, Ard. Succes met faalangst. Kampen : Kok, 2002. Praktische tips voor scholieren in het voortgezet onderwijs die last hebben van faalangst.
Agressief gedrag
Jeninga, John. Tel dan eerst even tot tien : voorkomen van agessief gedrag. Amersfoort : CPS, 2000.
Tips en aanwijzingen voor ouders en leerkrachten hoe om te gaan met ruzien en vechten.
Kaiser, Thomas. Zo komt mijn kind weer tot rust. Aartselaar : Deltas, 2001. Adviezen aan ouders en opvoeders om boze en agressieve kinderen weer tot rust en rede te brengen.
Oostrik, Hans en Jan Ruigrok. Wie kiest er nou voor agressie? Houten : Educatieve Partners Nederland (EPN), 1999. Praktische handleiding voor leerkrachten voor de omgang met agressief gedrag in het onderwijs.
Portmann, Rosemarie. Speels omgaan met agressie : 134 spelletjes en oefeningen om op een creatieve manier conflicten op te lossen. Katwijk : Panta Rhei, 1999. Praktische handleiding voor leerkrachten in het basis-en voortgezet onderwijs om kinderen door spelletjes en oefeningen met hun agressie te laten omgaan.
Stein, Arnd. Als kinderen agressief zijn. Tielt : Lannoo, 1996. Handleiding voor ouders en opvoeders om kinderen met agressief bgedrag beter te kunnen begrijpen en te helpen.
Concentratie-en leerproblemen.
Dijk, Annemieke van. Kinderen met NLD. Lisse : Swets & Zeitlinger, 2002. Praktische gids voor ouders en leerkrachten.
Engelen, Ivo. Leerproblemen aanpakken, hoe begin ik eraan? Leuven : Garant, 1999. Suggesties voor ouders voor de begeleiding van hun schoolgaande kind.
Ghesquiere, Pol. Als leren pijn doet… Leuven : Acco, 1999. Handleiding voor de opvoeding van kinderen met een leerstoornis.
Groot, R. de. Kinderen met leer-en gedragsproblemen. Amsterdam : Boom, 2000. Begeleiden van kinderen met leer-en gedragsproblemen.
Timmerman, Kaat. Kinderen met aandachts-en werkhoudingsproblemen. Leuven : Acco, 1995.
Beschrijving van een concrete, praktijkgerichte methode om kinderen met concentratieproblemen en het ADHA-syndroom te helpen in het basis-en voortgezet onderwijs.
Verliefde, Erik. "Geef me de tijd": kinderen met leerproblemen in de klas. Leuven : Acco, 2000.
Adviezen voor ouders en leerkrachten in het basisonderwijs.
"Wij zijn niet dom!": praktische tips van en voor leerlingen met leerstoornissen. Leuven : Garant, 1997.
Aan de hand van veel praktische voorbeelden en zwart-wittekeningen wordt verteld, hoe je zelf je leerstoornissen kunt overwinnen. Voor de jeugd vanaf ca. 13 jaar.
Emotionele problemen.
Delfos, Martine. Kinderen en gedragsproblemen : angst, agressie, depressie en ADHD. Lisse : Swets & Zeitlinger, 2000. Dit boek geeft een biopsychologisch model met richtlijnen voor diagnostiek en behandeling.
Garber, Marianne Daniels.Mammie, ik ben zo bang : kinderen en angst. Baarn : De Kern, 1995. Beschrijving van verschillende kinderangsten, vergezeld van adviezen voor ouders en opvoeders om kinderen te helpen met het overwinnen van angst.
Hund, Wolfgang. Mandala's voor kinderen : al kleurend tot rust komen. Katwijk : Panta Rhei, 1998.
Zestig voorbeeldmandala's die door basisschoolleerlingen kunnen worden ingekleurd om tot rust en concentratie te komen.
Kaiser, Thomas. Zo komt mijn kind weer tot rust. Aartselaar : Deltas, 2001. Adviezen aan ouders en opvoeders om boze en agressieve kinderen weer tot rust en rede te brengen.
Kohler, Henning. Over angstige, verdrietige en onrustige kinderen : de psychologie van aanraking, spel en verzorging. Zeist : Vrij Geestesleven, 1997. Handreiking aan ouders en verzorgers van probleemkinderen.
Langedijk, Pieter. In stress geboren. Deventer : Ankh-Hermes, 1994. Niet alleen baby's en kleine kinderen, maar zelfs ongeborenen kunnen stress oppikken.
Marx, Hilde. Angst bij jonge kinderen. Van Holkema & Warendorf, 2002. De auteur beschrijft welke angsten kinderen hebben en geeft een aantal handvatten voor de ouder om daar goed mee om te gaan. (verschijnt in okt. 2002).
Pollack, William. Echte jongens. Utrecht : Kosmos, 1999. De emotionele ontwikkeling van jongens wordt beschreven.
Solther, Aleta. De taal van huilen. Haarlem : De Toorts, 2000. Positief omgaan met huilen en boosheid van baby's en kinderen tot 8 jaar.
Paranormaal begaafde kinderen
Bowman, Carol. Wie was mijn kind? Utrecht : Bruna, 2001. Verhalen over herinneringen aan vorige levens van kleine kinderen, aangevuld met informatie en advies voor ouders.
Bowman, Carol. Kinderen uit de hemel. Utrecht : Bruna, 2001. Vervolg op: Wie was mijn kind?. Beschrijvingen van gevallen van reïncarnatie van kinderen.
Busch, Martine. Waar haalt hij het vandaan? : omgaan met paranormale ervaringen. Rotterdam : Lemniscaat, 1992. Beschrijving en analyse van paranormale verschijnselen bij kinderen.
Eason, Cassandra. Kinderen met bovennatuurlijke gaven. Amsterdam : HMP, 2002. Verzameling ervaringen van kinderen met bovennatuurlijke gaven als helderziendheid, telepathie e.d., aangevuld met aanwijzingen voor ouders en opvoeders hoe daarmee om te gaan.
Gestel, Marjan van. Mijn kind ziet meer. Deventer : Ankh-Hermes, 2000. Een moeder vertelt over haar paranormaal begaafde kind.
Heide-Kort, Ans van der. Mamma, was je vroeger ook mijn moeder? Driebergen : Zevenster, 1997.
Roman. De moeder van een paranormaal begaafd kind neemt de gave van haar dochter serieus.
Bell, William. Stenen. Averbode :Averbode, 2001. Een Canadese middelbare scholier wordt verliefd op een nieuwe klasgenote en voelt zich met haar verbonden omdat beiden paranormaal begaafd zijn.
Jeugdleesboek, vanaf ca. 12 jaar.
Hartman, Evert. Het onzichtbare licht. Rotterdam : Lemniscaat, 1998. Een paranormaal begaafd meisje leert met vallen en opstaan omgaan met haar bijzondere gave. Jeugdleesboek, vanaf ca. 12 jaar.
Overige onderwerpen.
Kamsteeg, J. E = eetbaar? : alle E-nummers, kunstmatige zoetstoffen en andere geur-en maakstoffen.
Haarlem : Becht, 2001.
Langen, Siddharta van. Heel je kind : therapie en meditatie als heling. Heemstede : Altamira, 1997.
Inleiding in de methode om het ontkende en gekwetste "innerlijke" kind in de mens op te soren en te helen.
Vidal de Saint Germain, Henri L. de. Mijn kind is anders : regressie van kinderen. Deventer : Ankh-Hermes, 2000.